Auteur: Jasmien O
Ick sagh mijn Nimphe…
Ick sagh mijn Nimphe in ’tsuetste van het jaer
In eenen beemdt, geleghen aen de sije
Van eenen hof, alleen’ eerlijck en blije
Neffens een gracht, waer af het water claer
Geboordt met lis, cruydt en bloemen, vuer-waer
Lustigher scheen dan alle schilderije;
Noit man en sagh schoonder tapisserije,
Soo schoon was ’t veldt ghebloeydt soo hier en daer
Als Flora sat sy daer op de bloemen:
Deur heur schoonheydt magh men se Venus noemen,
Om heur verstandt Minerva wijs van sinne:
Diana oock om heur reyn eerlyck wesen:
Boven Juno is sy weert t’sijn gepresen.
T’sindts die tijd aen’queeldt mijn siele om heur minne.
– Jonker Jan van der Noot
de woorden die ik leef
vliegen voorbij
op gouden vleugels
ze zijn niet meer
te stoppen
ik kan ze enkel nog
nakijken
naar wuiven
doe ik al lang
niet meer
– Sarah Janssens
Laat ons met een hand beginnen,
we voegen er een dag aan toe,
een volzin met een naam erin,
die we op slag vergeten, tenzij
het anders gaat en we snel weten
dat we niet voorbijgaand zijn,
de kans is klein, want bij het tellen
van mijn vrienden heb ik altijd
vingers over, en daarom: laat ons
met een hand beginnen,
we voegen er een dag aan toe,
en als het is zoals het meestal is,
gaan we iets galants verzinne,
tot ziens, ik moet eens verder,
het was me een genoegen.
– Bart Moeyaert
“Als ge mistroostig zijt en ge weet niet goed waarom. Als ge nog eens goed wilt lachen. Als ge van de wereld niet veel snapt, en van de mensen nog minder. Als ge niet krijgt wat ge vindt wat ge verdient omdat ze u niet zien staan, de idioten. Als ge op één hand kunt tellen de keren dat ge u het afgelopen jaar vrij hebt gevoeld en onbekommerd. Als ge de dingen kapot wilt slaan maar ge durft ni vanwege de gevolgen. Als ge angstig zijt voor vanalles, terwijl ge vroeger dacht dat ge nooit bang zou zijn, voor niets.
Als ge’t niet goed meer weet.
Kom dan maar naar mij.
Bij mij zijt ge veilig.”
– Wim Helsen
Veilig in een doos, waar ik het vind als ik het nodig heb (Ben)
Je bent een boomgaard,
Meer nog dan een ochtendzoen
heb ik ’s morgens moed vandoen.
Wakker worden is geen kunst.
Dat gaat.
Van kwaad is beddengoed
zich niet bewust
en koude slaapt niet graag
onder een deken.
Het is de mat die
met de wereld vergeleken
veel te klein is als begin,
en zelfs, met mij er middenin,
een beetje knelt.
Ik aarzel lang, rechtop in bed,
bedenk dat net als ja of
het woordje bang
vaak in mijn dagboek staat,
maar dapper is mijn broer
en zelf ben ik een held.
Dat helpt.
Opstaan is de kunst.
Meer dan een paar ochtendzoenen
heb ik nood aan stoute schoenen.
– Bart Moeyaert
maar als de dageraad niet opdaagt,
wil ik graag dageraad voor je zijn.
– Anoniem
Misschien is dat minder passionant
.
Je draagt nu
Zeg: het leven is een brood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
Ik zal tegenspartelen en proberen ontsnappen.
Maar de haartjes in mijn nek staan recht overeind.