
Uit: De Morgen, 31/12/2021 door Katrin Swartenbroux
Ik bestel een latte met havermelk en krimp in elkaar wanneer er
een “mevrouw” volgt op de “komt eraan” – alsof iemand mijn naam verkeerd heeft geschreven. Het is niet de eerste keer dat ik zo genoemd word, uiteraard niet, maar het went nooit. De aanspreking veronderstelt een bepaalde leeftijd, die ik heb, en een maturiteit, die ik niet heb. (…)
“Mevrouw” is dus niet zozeer beledigend als wel confronterend – hoe de tijd me met een rotvaart passeert terwijl ik alleen maar leeftijden oogst en geen levels unlock. Daardoor voel ik me ironisch genoeg piepjong en stokoud tegelijkertijd, een sentiment dat doorgaans op oogrollen wordt onthaald wanneer ik verzucht dat ik “al” 27, 29, 33 ben. Ik heb nog zoveel jaren voor de boeg, zeggen ze dan, terwijl ik alleen maar kan denken aan dewelke me in een oogwenk zijn gepasseerd.
35. En ik ben er nog steeds niet.
‘Er’, dat is de volwassenheid. Dat magische moment waarop je mag rennen met een schaar in je handen zonder dat iemand roept dat je niet mag rennen met een schaar in je handen. De fase waarop alles in elkaar klikt en je accepteert dat bepaalde dingen – dood, belastingen, systemische ongelijkheid – nu eenmaal bij het leven horen. Een recht stuk in je levenswandel waarop je niet meer over je schouder kijkt voor bevestiging, maar zélf een lichtend baken wordt. (…)
“Die aanpassingsbereidheid betekent dat je nooit volwassen zult zijn. Je blijft zoekende, tastende. Dat is niet noodzakelijk erg, maar het
probleem is dat er geen moment meer bestaat waarop je ‘aankomt’ in het leven, dat kan heel vermoeiend zijn”, stelde professor sociologie Walter Weyns (Universiteit Antwerpen) vijf jaar geleden in De Standaard. (…)
Vandaag lijkt het alsof we ons in een videogame bevinden waarbij we aan de lopende band paddenstoelen eten maar er nooit eentje vinden die ons doet groeien. Het is een constant streven dat gekenmerkt wordt door de tenenkrullende term ‘adulting’. Een staat van zijn is een werkwoord geworden, een to-dolijst met alles wat vroeger indrukwekkend, ingewikkeld of illegaal leek en voorbehouden was voor “later, als je groot bent”. Enveloppen met zo’n doorschijnend adreskader openen. Alcohol drinken. Ja zeggen wanneer ze vragen of je een btw-bonnetje wil. Vrijwillig vitamines slikken, de telefoon opnemen, naar de slaapkamer wandelen met een volle wasmand op je heup. Het zijn volwassen handelingen die de meesten van ons heus wel onder de knie hebben, maar omdat ze ons niet doen evolueren naar de traditionele stadia van volwassenheid (die heel wat van ons niet eens willen) voelen we ons nooit volwassen, waardoor volwassenheid an sich een zoveelste ding lijkt dat we niet kunnen bereiken (…)
Of om het met de woorden van mensenrechtenactiviste Susan B. Anthony te schrijven: “Sooner or later we all discover that the important moments in life are not the advertised ones, not the birthdays, the graduations, the weddings, not the great goals achieved. The real milestones are less prepossessing. They come to the door of memory unannounced, stray dogs that amble in, sniff around a bit and simply never leave. Our lives are measured by these.”
De optelsom van je prestaties mag dan wel niet altijd ‘volwassenheid’ zijn, het antwoord is wel steeds: vier.
Vier je verwezenlijkingen.








