
Wacht nu maar af.
Van eb komt vloed.
Er komt een dag,
dan komt het goed.
Er komt een dag
dat alles klopt.
Wacht nu maar af
totdat het stopt.
– Stijn De Paepe
www.weesgedichten.be

Wacht nu maar af.
Van eb komt vloed.
Er komt een dag,
dan komt het goed.
Er komt een dag
dat alles klopt.
Wacht nu maar af
totdat het stopt.
– Stijn De Paepe
www.weesgedichten.be

Het ergste zijn herinneringen
aan geluk. Het zoeken naar één foto
haalt je huis overhoop
zoals het zoeken naar jezelf
jezelf, zoals een glimlach
je gezicht.
Je sliep, arm om me heen,
zoals bergen een aai van de zee
in een baai leggen.
Die foto.
Zee haalt zee overhoop.
– Herman De Coninck

Als angst het bangst is als je voor een ander vreest
en doodsbenauwd om iemand bent van wie je houdt,
dan ben ik van mijn leven nooit zo bang geweest.
Als eenzaamheid is dat je angstig afstand houdt
van dierbaren, omdat je voor hun leven vreest,
dan heb ik mij nog nooit als zo alleen beschouwd.
Wie voor zijn eigen vrijheid vecht, die sneuvelt morgen.
Wie zich wil redden, moet voor ieder ander zorgen.
Michel van der Aa
Libretto: Ilja Pfeijffer
Stelt u zich voor: een zevenjarig meisje, laat ons haar voor de gelegenheid Alexa noemen, ligt in bed.
‘Papa, wat gebeurt als je doodgaat?’ vraagt ze.
Ze heeft haar ouders de afgelopen maanden ruzie horen maken en vandaag hebben ze haar verteld dat ze elk in een ander huis gaan wonen. Mama blijft hier, papa gaat ergens anders heen. Het meisje weet niet goed wat ze daarmee moet, voor haar voelt het alsof haar papa haar zal achterlaten.
‘Papa, wat gebeurt er als je doodgaat?’ vraagt ze nog eens.
Voor Alexa’s vader klinkt het als: ’Papa, ga je mij verlaten?’
En hij antwoordt: ‘Ik zal jou nooit verlaten, ik zal nooit weggaan, ik zal jou nooit, nooit nooit achterlaten.’
Het meisje kijkt hem aan met grote ogen.
‘Maar papa, wat gebeurt er dan als je doodgaat?’
En haar vader vertelt haar wat hij gelooft, namelijk dat je als je doodgaat, je je nestelt in het hart van andere mensen, en je door dat te doen nooit echt weggaat. Je blijft voor altijd in de levens van de mensen die je kende. Het meisje veegt met de mouw van haar pyjama in haar oog en slaat haar twee armen om haar vader heen. Alexa’s vader begraaft zijn hoofd in haar kussen en blijft liggen tot de ademhaling van zijn dochter zwaarder wordt. Hij kust haar voorhoofd en sluipt de trap af.
Beneden kijkt hij zijn vrouw aan. Zijn vrouw die weldra niet meer zijn vrouw zal zijn. Hij zegt: ‘we zijn onze kleine meid iets verschuldigd’.
Ze gaan samen aan de tafel zitten, het is een zeldzaam vredig moment in huis. Hij denkt aan Alexa’s grote ogen terwijl ze vraagt wat er gebeurt als we doodgaan. Hij zet de woorden die hij daarnet nog niet vond op muziek die hij ooit geschreven heeft.
Alexa’s moeder tekent er twee engelen bij die samen in een wolk hangen. De ene engel houdt liefdevol de maan in haar handen, de andere de bliksem, want ook die mag er zijn. De tekening voelt aan – net als het liedje dat Alexa’s vader wijselijk Lullaby heeft genoemd – als een warm, geruststellend deken.
Het slaapliedje eindigt als volgt:
Welterusten, mijn engeltje
Het is tijd nu om te gaan dromen
Om te dromen over hoe fantastisch je leven zal zijn
Misschien huilt op een dag ook jouw kind, en als je dit lied dan zingt
Dan zal er in jouw hart altijd een plaatsje zijn voor mij
Op een dag zijn we allemaal tot stof vergaan
Maar slaapliedjes blijven bestaan en bestaan
– door Elena Peeters op KlankKleur 32

Eerst komt het wachten, het verheugen,
leunend tegen lage muurtjes,
dan komt het voorgevoel van
hoe-nu-verder
daarna het hoe-nu-verder
zelf
– Judith Herzberg

iemand missen, echt missen is
dat je er zo heel erg niet bent
dat je er eigenlijk wel bent, maar te weinig
echt missen is papa die je instopt
maar een hoekje vergeet, wat mama nooit doet
en dat je dan weet
echt missen is wanneer je eindelijk alleen mag
helemaal op kamp in een tent
waar niemand je instopt en je ogen wel aan
het donker maar je lijf aan de slaapzak
niet went.
echt missen zijn elk jaar dezelfde zoenen
(niet eens aangenaam) en elk jaar hetzelfde
‘gisteren was je nog zo klein’, maar dat er dan
op een jaar plots één ontbreekt
en dat je net zo goed nog steeds zeven had
kunnen zijn.
– Anke Vandoolaeghe (Ankergedichten)
Als alles knapt
en instort
en er plots
geen wetten gelden,
zien wij pas in
dat we het woord
te vaak gebruiken.
Helden.
– Stijn De Paepe, 12 augustus in De Morgen
Helden van hier. Zo komen ze op tv, zo kennen we ze. Als helden. Ook al vinden ze die term meestal zelf maar niks. Ze doen namelijk “gewoon” wat ze graag doen: mensen redden in nood, schouder aan schouder met een ploeg vrienden. Makkers, waar ze letterlijk mee en voor door het vuur gaan.
We kennen ze als macho’s, meer dan eens met een heel blanke pit. Maar evengoed als papa, broer of partner. Want de echte helden, dat zijn zij die hen elke nacht zien vertrekken. Zonder te veel stil te staan bij de gevolgen van dat vertrek. En dat mag ook niet, want dan zouden we ze eeuwig aan onze zijde houden. In ons warme, warme bed.
Gisteren werd die wereld danig door elkaar geschud. De risico’s zijn er, ondanks al die voorzorgsmaatregelen en geweldig resistente brandweeruniformen. We kunnen het nooit vanzelfsprekend nemen dat ze terug komen. Wat een besef.
Leven om levens te redden. Sterven om levens te redden.
Always come home, boys.

Christianne, via dromendrinkenalsontbijt.tumblr.com

Op de begraafplaats der verloren dingen
vond ik onlangs mijn autosleutels, een krant, en jou
verscholen achter de vorige dag en mijn eerste kus
in je handen een gebroken kam
waardoor ik het niet meer droog hield
alsof droogte goed is hoorde ik je zeggen
maar ik wilde zo graag een woestijn zijn
dat mijn vensterbank vol stond met cactussen
naast je zag ik ijsschotsen groeien
je zuchtte: die zijn we ook al kwijt
en achter je verschenen vlinders
en planten zo mooi dat ik vergat
waar we waren
jij keek mij aan en daarin zag ik haar
en die dag waarin we haar verloren
– Kinha de Alemida Guimarães

Er zijn uren
zonder jou. Soms. Misschien. Het is denkbaar.
Er zijn rivieren met oevers vol boterbloemen
zonder jou. Boten met hakkelende motoren, stroomopwaarts,
zonder jou.
Er zijn wegen zonder jou. Zijwegen, ongelukken,
greppels.
Vlinders zonder jou zijn er, en distels. Ontelbare.
Er is mismoedigheid zonder jou. Laksheid. Angstvalligheid.
En er gaat geen uur voorbij,
er is nog geen uur voorbijgegaan.
– Toon Tellegen
uit: Mijn winter, Querido Amsterdam, 1987

Wist niet
hoe dicht samen
bij alleen ligt
hoe dicht geboren
bij gestorven zijn
hoe dicht mateloze liefde
bij totaal verlies
hoe veel alles
bij niets
hoe veel jij
in mij
(gezien op Boekenbeurs 2018)
Hoe toepasselijk op een dag waarop ik zowel afscheid moest nemen als nieuw leven kon verwelkomen.

De bomen komen uit de grond
en uit hun stam de twijgen.
En iedereen vindt het heel gewoon
dat zij weer bladeren krijgen.
We zien ze vallen naar de grond
en dan opnieuw weer groeien.
Zo heeft de aarde ons geleerd,
dat al wat sterft, zal bloeien.
– Toon Hermans
Voor Joke.


Als ik kon zeggen wat ik wou
dan zei ik niet ik hou van jou
maar wist ik wel iets meer abstracts
als een rivier die zich vertakt
in brede stromen van gevoel
begreep jij precies wat ik bedoel
maar je kijkt of je me zeggen wil
probeer maar niet
wees nu maar stil
De dag dat ik het zeggen kan
die woorden heb
ik beloof je
ik zeg het je dan
Jij moet nu weg
ik kan niet mee
maar je lijkt mij wel tevreden
ik had het nu al graag gezegd
maar misschien klonk het dan niet echt
De dag dat ik het zeggen kan
hoe ik je liefheb
ik beloof
ik zeg het je dan
Vind je het goed
dat ik tot die dag
volsta met
ik hou van jou
en ga maar gauw
– Kasper Van Kooten
Uit: Beter dan de kopie!, 2005

Die dag in de zomer vertelde een vriend dat hij zich door een
vriendin had laten omhullen om zich lid te maken van een
dating-site. Het was zo’n dag dat het bijna te veel was om je
schoenen aan te trekken. Ik trok ze dan ook zeer traag aan.
Ik was de avond daarvoor met kleren aan in slaap gevallen.
Later in de kroeg zeiden al mijn mannelijke vrienden min of
meer hetzelfde als ze hoorden dat het uit was: ‘Wat een hoer.’
Er was ook een meisje in de kroeg die tegen iedereen die het
wilde horen en iedereen die het niet wilde horen zei dat ze een
vrouw met een relatie was. Ik sloeg geen enkel hoofd op de bar,
maar wel vele biertjes achterover. Mijn handen en voeten
voelden permanent koud aan. Kortom: enerverend avondje waar
helaas geen foto’s van genomen zijn.
Hoewel ik in mijn dagboek normaalgesproken alleen opschreef
met wie ik in bed belandde, met daarachter tussenhaakjes de
kwalificaties goed, matig of slecht, en slechts een enkele maal
mijn verbazing over bepaalde acrobatiek, schreef ik ditmaals iets
diepzinnigs. Herinnering is een moeras dat je dieper en dieper
zuigt. Herinnering is een ziekbed waar je niet meer uit opstaat.
Begeerte is de tegenstelling van haat; haat en verlangen zijn
evengoed nauw verwant. De weersomstandigheden vermeldde ik
er niet bij.
– Daniël Dee
Uit: Het Liegend Konijn 2009-1