Categorieën
liefde liefdesverdriet natuur

Wanneer ik sterren was…

Wanneer ik de armen van sterren had
zwaaide ik die door de grote leegte.
Wanneer ik benen van sterren had,
stapte ik door de grote leegte.

Laatst, in onze liefde,
schreeuwde je als een zeehond, maar dan mooi.
Dat was het begin van de leegte,
torn in de tijd.

Wanneer ik ogen van sterren had,
zwierven die door de grote leegte.
Wanneer ik een neus van sterren had,
stak ik die in de grote leegte.
Wanneer ik een mond van sterren had,
kuste ik de leegte.

Het wordt gezegd
dat de leegte geen hart heeft.
Ik weet zeker
dat het hart van de leegte klopt.

– Hans Andreus
Categorieën
liefde liefdesverdriet

Poema XX

Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.

Schrijven, bijvoorbeeld: “De nacht is vol sterren,
en de sterren zijn blauw en trillen in de verte.”

De nachtelijke wind draait in de hemel en zingt.

Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.
Ik hield van haar, en soms hield ze van mij.

Op nachten als deze hield ik haar in mijn armen,
Ik kuste haar keer op keer onder de eindeloze hemel.

Ze hield van me, en soms hield ik van haar.
Hoe kon men niet houden van die grote stille ogen.
Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.
Denken dat ik haar niet heb. Voelen dat ik haar verloren heb.

De immense nacht te horen, nog immenser zonder haar.
En het vers valt op de ziel and dauw op het gras.

Wat doet het er toe dat mijn liefde haar niet kon houden.
De nacht is vol sterren en ze is niet bij mij.

Dat is alles. In de verte zingt iemand. In de verte.
En mijn ziel is ontevreden haar te hebben verloren.

Als om haar dichter te brengen, is het mijn blik die haar zoekt.
Ook mijn hart zoekt haar, en ze is niet bij me.

Dezelfde nacht maakt de dezelfde bomen wit.
Maar wij, die van toen, zijn niet meer dezelfde.
Ik hou niet meer van haar, dat is zeker, maar hoe heb ik van haar gehouden.
Mijn stem tracht de wind te vinden om haar oor te bereiken.

Van een ander. Ze zal zijn, van een ander. Net als voor mijn kussen.
Haar stem, haar helder lichaam. Haar oneindige ogen.

Ik hou niet meer van haar, dat is zeker, maar misschien hou ik van haar.
De liefde is zo kort, de vergetelheid zo lang.

Want op nachten als deze hield ik haar in mijn armen,
En mijn ziel is ontevreden haar te hebben verloren.

Zelfs al is dit de laatste pijn die ze me doet lijden,
en zijn deze de laatste verzen die ik voor haar schrijf.

– Pablo Neruda
uit “Veinte poemas de amor y una canción desesperada”
Categorieën
liefde liefdesverdriet

Gelukkig als de goden

Gelukkig als de goden lijkt
mij de man te zijn die vlak
tegenover jou zit en luistert
naar je mooie stem
en lieve lach, zodat plots
mijn hart in mijn borst bonst.
Zodra ik naar je kijk
stokt mijn stem,
mijn tong is gebroken,
een licht vuur loopt door
mijn huid, ik zie niets meer,
mijn oren suizen,
zweet stroomt van mij af,
een beven bevangt me,
ik voel me klammer dan gras,
het lijkt of ik dood ga,
maar alles is te dragen
als …
– Sapfo (ca. 600 v.C.)
Categorieën
liefde liefdesverdriet
Kom me halen
neem me mee.
Strakjes, zei je.

We zullen dansen
op de wolken wiegen
in de wind.
Strakjes, zei je.

We zullen vliegen
zweven
hand in hand.
Strakjes, zei je.

Hou je van me?Strakjes.
Zei je.

– Karolien Meuwissen

Categorieën
liefdesverdriet
Opnieuw haar leven in koffers gepakt en
en deksels niet dichtgekregen. Uit alleen maar
rommel valt rommel niet te weren en

aan wat zich niet laat inpakken
tilt ze het zwaarst: ijle gedachten. Wind
waait ze aan.

Op steeds kleinere schaal wikt ze
wat niet door wil wegen: blijven of
weggaan: hoe ze haar leven een ander

domicilie zou geven, hem onder een vreemde
naam briefjes sturend waar hij de koffie
en de gaskraan vinden kan.

– Koenraad Goudeseune

Categorieën
afscheid liefde liefdesverdriet natuur

Een haiku

EEN VLUCHT SPREEUWEN TREKT
ZUCHTEND OVER. ZO OOK ZEG
IK ‘S AVONDS JOUW NAAM.

Categorieën
liefdesverdriet

Zonder jou

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

Dat zonder jou nog een lente bestaat
met ooievaars en met bloemen,
dat er een meidoorn in bruidstooi staat,
is zonder meer tactloos te noemen.
En wat is het nut van een lindenlaan,
als wij er samen niet langs kunnen gaan?
Langs alle heggetjes bloeit wilde roos
nutteloos, zinneloos.

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom? Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.

– Annie M.G. Schmidt
Categorieën
liefde liefdesverdriet

Ik schrijf je dus

Ik schrijf je want je had het veel te druk
met niet naar me te luisteren
om te horen wat ik zei.

(Eenzaamheid is een recht van zelfs
de grootste geliefden
al zijn dat idioten zoals nu eens ik
en dan weer jij.)

Ik schrijf je dus in de hoop
dat je beter lezen kan
dan luisteren.

– Stijn Vrancken
Categorieën
liefdesverdriet

Iedere avond

Iedere avond sinds ik besliste je niet meer te schrijven
en je brieven in de gootsteen te verbranden
– de vlam was zo hoog dat ik het niet kon –
Iedere avond sinds ik wegging in de nacht
om in de nacht te gaan zitten aan de rivier
Iedere avond sinds in je brieven in het zwarte water wierp
langs de oever liep om ze te zien wegdrijven
op de brug sprong om te terug te zien
Iedere avonds sinds de stroming je woorden meenam
die tot de laatste in die vredige donkerte
hun licht verloren
Iedere avond sinds ik naar mijn lege handen keek
en mijn gelaat baadde
in het askleurige water van de gootsteen
Iedere avond schrijf ik je

Iedere avond sinds ik je iedere avond schrijf
Iedere avond sinds ik mijn brief van die avond verscheur
Iedere avond
schrijf ik je.

Caroline Lamarche
Categorieën
liefdesverdriet
Liefde is een platitude en daarom ook zo mooi.
Jij, jij was veel meer dan dat zodat ik van meer
naar minder kon. Jij was zo jij dat je werd mij,
aan mij was het genot om in je op te gaan, geluk
zo groot dat ik steeds minder hoefde te bestaan.
Wat meer dan liefde is en minder dan de dood
is de warme dood waar ik niet bang voor ben,
dat is het doodgaan door te leven met een vrouw.
Dat ik mocht niet-bestaan dat kwam door jou.
In mij is de dood verdreven door de onmogelijkheid
opnieuw met jou te leven. Hoogstens ben ik ziek
en schrijf ik om de ziekte naam te geven. Hoe
hopeloos dit is, het brengt je niet terug naar mij.
Wat blijft is de ziekte, de ziekte die heet jij.

– Joost Zwagerman