I don’t think I love…
i do not want…
Gedichtendag 2015: Vlakte van niets
Ik verlies het…
Il piacere
Het is nacht
vorm van je lichaam aangenomen.
Mijn hand hangt stil. Een vogel twijfelt
boven het landschap. Ik schuif de gordijnen
dicht en hoop dat alles weer in de plooi valt.
uit Dichter (2008)
Er hoeft nog altijd….
Er hoeft nog altijd niet veel
te gebeuren voor ik aan je denk
iets wat niet op jou lijkt is al genoeg
dan denk ik kijk
dit lijkt echt niet op haar
– Maud Vanhauwaert
Dit is het verhaal van een merkwaardig fenomeen
in de vorm van een roofdier geïnjecteerd met oestrogeen
met een speelse blik achter een masker fond-de-teint
verscheurde ze me van een biefstuk tot filet americain
toen ik het roofdier om haar naam vroeg zei ze ik ben Isabelle
en jij mag op me schieten maar nooit krijg je mijn vel
en toen was de jacht geopend op gewillig wild
ik had amper kruid verschoten en daar lag ze al gevild
Ja we hebben ons verleden
ik ben niet trots op elk moment
maar het heden heeft geen reden
als ik jou nooit had gekend
want weet je, Isabelle,
het leven is een spel
waar ik de regels nooit van heb geleerd
ik weet ik leef te snel
maar ooit leer ik het wel
zolang je mij af en toe es ambeteert
Het was niet enkel lust en passie, ze verdoofde ook mijn pijn
toen ik vrienden had verloren die eikels bleken te zijn
maar beter ben ik niet en nu de passie is geblust
hoop ik dat een roofdier ook soms eikels lust
– Arne Vanhaecke
“Voluit wil ik voor haar gaan
Meisjes zijn om van te houden
Niet om te verstaan
Ze is zoals computers
Ze crasht alleen bij mij.”
– Fragment uit ‘Spanjaard’ van Stoomboot
je moet verder..
Ik was mijzelf niet meer…
dat ogenblik. Toen ik je zoende
waren woorden al lang overbodig,
en jij bood je mond.
Het was groots
hoe jij je lichaam toen
dun tegen me aan drukte
(woorden blijven ver onder
de maat van deze tederheid).
Ik was een tijd mijn naam vergeten
en schrok toen ik hem later
hoorde uit je mond.
Het was alsof
ik met een schok
mezelf weervond.
Nu ik dit ogenblik oproep in woorden
besef ik pas:
Alleen dit is onzegbaar.
– Stefaanvan den Bremt
Op de punt van een pier
Maar ze wilde zo graag dus ik kuste haar,
de zee kloste reeds op haar enkels kant,
het soort waarvan vitrage wordt gemaakt.
Ze liet zich zakken in het water,
luchtkralen snoerden zich aaneen.
En ook de zon dook onder.
Ik bleef nog heel lang op de pier,
mijn rug jeukte, ik dacht
nu komen vast mijn vleugels door.
op het Eilandfestival te Antwerpen. Een straffe madam met een groot hart voor taal.