Auteur: Jasmien O
Dageraadslied
Gelukkig als de goden
is nog plaats voor elfen
en voor tovenaars
mijn Hertenkoning
er zijn zelfs oneindig veel
takken met jouw naam op
om schommels van te maken
en jezelf hoger hoger
vlinderend licht
mijn buik in te wiegen
– Nana Ramael
Om me heen liggen de jongens met wie ik verder moet.
Of ik dat goed vind, is een tweede, want met mezelf
ben ik om te beginnen ook al niet tevreden, dus vraag
me niet hoe ik dan van een spiegelbeeld kan houden.
Waarschijnlijk zijn er hier geen lessen voor, of ze heten
eerste liefde, koude douche en vergissen is geen zonde.
Het leven leer ik wel bij monde van de vrienden die ik
niet op dit paar handen tel, maar overhoud na jaren,
zodat ik mij de pijn die ik nu heb maar beter kan besparen.
En dit gedicht wordt oud, geschreven toen ik geen zin
meer had in groeien, bijna dood was – de derde keer
die week, en weer eens keek naar wat ik na mijn dood
dan toch nog wilde, wat er nog mijn honger stilde of
me porde in mijn rug: geef je niet zo gauw gewonnen,
alles is nu pas begonnen, geef je je nu maar terug.
– Bart Moeyaert
gevonden bij het raam- naar buiten
Eeuwigheid
Gij staat zoo heel, heel stil
Rommelkamer
Wie hier toch woont, die moest zich schamen.
Zijn onderbroek hangt aan de lamp,
een schoolboek slingert langs de ramen,
zijn stoel vol spullen is een ramp.
Zijn regenjas ligt op de schommel,
over de wekker hangt een pet,
zijn hemd ligt in de koekjestrommel,
een hagedis ligt in zijn bed.
Zijn grote sokken langs de muren
verspreiden een onfrisse geur
tot in de huizen van de buren,
zijn broek hangt doelloos aan de deur.
Wie hier toch woont, die moest zich schamen,
niet soms, maar ieder ogenblik.
Wie woont er dan? Ik noem geen namen.
Wie woont er dan? Nou ja. Dus ik.
– Shel Silverstein
Ik baal van jou
Want wil ik geel,
dan wil jij blauw.
En wil ik dit,
dan wil jij dat.
En zeg ik wie,
dan zeg jij wat.
Zeg ik dag,
dan zeg jij nacht.
En ga ik hard,
dan ga jij zacht.
Zeg ik ja,
dan zeg jij nee.
En als ik ga,
ga jij niet mee.
Maar zeg ik: ‘ Schat. ’
Dan zeg jij:
‘ Zei je wat? ‘
– Erik van Os
heel ver in de verte