Stelt u zich voor: een zevenjarig meisje, laat ons haar voor de gelegenheid Alexa noemen, ligt in bed.
‘Papa, wat gebeurt als je doodgaat?’ vraagt ze.
Ze heeft haar ouders de afgelopen maanden ruzie horen maken en vandaag hebben ze haar verteld dat ze elk in een ander huis gaan wonen. Mama blijft hier, papa gaat ergens anders heen. Het meisje weet niet goed wat ze daarmee moet, voor haar voelt het alsof haar papa haar zal achterlaten.
‘Papa, wat gebeurt er als je doodgaat?’ vraagt ze nog eens.
Voor Alexa’s vader klinkt het als: ’Papa, ga je mij verlaten?’
En hij antwoordt: ‘Ik zal jou nooit verlaten, ik zal nooit weggaan, ik zal jou nooit, nooit nooit achterlaten.’
Het meisje kijkt hem aan met grote ogen.
‘Maar papa, wat gebeurt er dan als je doodgaat?’
En haar vader vertelt haar wat hij gelooft, namelijk dat je als je doodgaat, je je nestelt in het hart van andere mensen, en je door dat te doen nooit echt weggaat. Je blijft voor altijd in de levens van de mensen die je kende. Het meisje veegt met de mouw van haar pyjama in haar oog en slaat haar twee armen om haar vader heen. Alexa’s vader begraaft zijn hoofd in haar kussen en blijft liggen tot de ademhaling van zijn dochter zwaarder wordt. Hij kust haar voorhoofd en sluipt de trap af.
Beneden kijkt hij zijn vrouw aan. Zijn vrouw die weldra niet meer zijn vrouw zal zijn. Hij zegt: ‘we zijn onze kleine meid iets verschuldigd’.
Ze gaan samen aan de tafel zitten, het is een zeldzaam vredig moment in huis. Hij denkt aan Alexa’s grote ogen terwijl ze vraagt wat er gebeurt als we doodgaan. Hij zet de woorden die hij daarnet nog niet vond op muziek die hij ooit geschreven heeft.
Alexa’s moeder tekent er twee engelen bij die samen in een wolk hangen. De ene engel houdt liefdevol de maan in haar handen, de andere de bliksem, want ook die mag er zijn. De tekening voelt aan – net als het liedje dat Alexa’s vader wijselijk Lullaby heeft genoemd – als een warm, geruststellend deken.
Het slaapliedje eindigt als volgt:
Welterusten, mijn engeltje
Het is tijd nu om te gaan dromen
Om te dromen over hoe fantastisch je leven zal zijn
Misschien huilt op een dag ook jouw kind, en als je dit lied dan zingt
Dan zal er in jouw hart altijd een plaatsje zijn voor mij
Op een dag zijn we allemaal tot stof vergaan
Maar slaapliedjes blijven bestaan en bestaan
– door Elena Peeters op KlankKleur 32
Auteur: Jasmien O
Mag ik met jou…

Je ruist in mij

Ik wil je in woorden wikkelen
je vangen in metaforen
me verstoppen in gaatjes
die je blikken in me boren
ik wil het licht dat jou draagt
langzaam in mijn ogen druppelen
langsheen de vezels van je
trui naar je lippen huppelen
urenlang harp spelen op je wimpers
en languit gaan liggen in je zij
ik wil de zee horen in je oorschelp
en eindelijk kunnen zeggen: je ruist in mij
– Bo Vanluchene
Aan het einde van de dag

Aan het einde van de dag,
als iemand aan komt hollen met de liefde,
als je moe bent en onhandig en toevallig net verward in een warnet
van angsten –
wat moet je doen,
wat moet je met de liefde doen, donzig, schrikachtig,
die iemand je nog brengt?
– Toon Tellegen
Uit: Alleen liefde, 2002.

heel lang geleden heb ik jou
bedacht
zo had ik altijd iets
waar ik naartoe kon leven
en toen jij zei
hier ben ik
was ik niet verbaasd
je was precies zoals ik had verwacht
maar nu pas weet ik
dat ik je niet verzonnen heb
– Johanna Kruit
Uit: Landgrens, 1982

Eerst komt het wachten

Eerst komt het wachten, het verheugen,
leunend tegen lage muurtjes,
dan komt het voorgevoel van
hoe-nu-verder
daarna het hoe-nu-verder
zelf
– Judith Herzberg
iemand missen…

iemand missen, echt missen is
dat je er zo heel erg niet bent
dat je er eigenlijk wel bent, maar te weinig
echt missen is papa die je instopt
maar een hoekje vergeet, wat mama nooit doet
en dat je dan weet
echt missen is wanneer je eindelijk alleen mag
helemaal op kamp in een tent
waar niemand je instopt en je ogen wel aan
het donker maar je lijf aan de slaapzak
niet went.
echt missen zijn elk jaar dezelfde zoenen
(niet eens aangenaam) en elk jaar hetzelfde
‘gisteren was je nog zo klein’, maar dat er dan
op een jaar plots één ontbreekt
en dat je net zo goed nog steeds zeven had
kunnen zijn.
– Anke Vandoolaeghe (Ankergedichten)
Winnie De Poeh

Als je een poosje in Londen bent, ga je op
een dag vast en zeker naar de dierentuin.
Nou héb je mensen die helemaal bij het begin
beginnen; bij wat ze ‘INGANG’ noemen,
stappen ze naar binnen en ze lopen zo vlug
ze maar kunnen langs alle hokken, tot ze
uitkomen bij wat ‘UITGANG’ heet. Maar
alle aardige mensen lopen regelrecht naar
hun lievelingsdier en daar blijven ze.
– A. A. Milne
Uit: Winnie De Poeh
Always to look life in the face…

Always to look life in the face and to
know it for what it is. At last to know it.
To love it for what it is, and then,
to put it away. Leonard. Always the
years between us. Always the years.
Always the love. Always the hours.
– Virginia Woolf

‘Vannacht heeft het een beetje geregend en nu drijven er wolken langs de hemel voorbij, af en toe vallen er wat druppels. Ik sta onder de haast uitgebloeide appelboom, ik adem. Niet alleen de appelboom, maar ook het gras en de kruiden rondom zijn door de regen opgefrist, en er bestaat geen naam voor de zoete geur die de lucht dronken voert. Ik zuig mijn longen ermee vol, bespeur het aroma met mijn hele borstkas, ik adem, adem, nu eens met open, dan weer met gesloten ogen, ik weet niet wat fijner is. Zo adem te halen, op deze plaats adem te halen, dat is wellicht de enige, maar kostbaarste vrijheid waarvan de gevangenis ons berooft.
Zolang je na de regen nog adem mag halen onder een appelboom, zolang is het leven nog de moeite waard.’
– Aleksander Solzjenitsyn, uit: De goelag archipel
Als alles knapt
en instort
en er plots
geen wetten gelden,
zien wij pas in
dat we het woord
te vaak gebruiken.
Helden.
– Stijn De Paepe, 12 augustus in De Morgen
Helden van hier. Zo komen ze op tv, zo kennen we ze. Als helden. Ook al vinden ze die term meestal zelf maar niks. Ze doen namelijk “gewoon” wat ze graag doen: mensen redden in nood, schouder aan schouder met een ploeg vrienden. Makkers, waar ze letterlijk mee en voor door het vuur gaan.
We kennen ze als macho’s, meer dan eens met een heel blanke pit. Maar evengoed als papa, broer of partner. Want de echte helden, dat zijn zij die hen elke nacht zien vertrekken. Zonder te veel stil te staan bij de gevolgen van dat vertrek. En dat mag ook niet, want dan zouden we ze eeuwig aan onze zijde houden. In ons warme, warme bed.
Gisteren werd die wereld danig door elkaar geschud. De risico’s zijn er, ondanks al die voorzorgsmaatregelen en geweldig resistente brandweeruniformen. We kunnen het nooit vanzelfsprekend nemen dat ze terug komen. Wat een besef.
Leven om levens te redden. Sterven om levens te redden.
Always come home, boys.
ik mis je in mijn hoofd…

Christianne, via dromendrinkenalsontbijt.tumblr.com
Out of office – Alicja Gescinska

“Stephen Hawking zei ooit dat werk zin en een doel aan ons bestaan geeft. Dat klopt. In mijn geval is dat: veel zin in vakantie; niet hoeven te werken als doel. Daar ben ik nu van aan het genieten! Jammer genoeg sta ik tot uw beschikking vanaf xx/xx. Voor dringende vragen, gelieve contact op te nemen met mijn collega xx.”
– Alicja Gescinska
Out of office – Joke van Leeuwen

“Er is een onderwaterhotel voor hooggeplaatste gasten
ergens – niet hier.
Er is een vleesetende plant in de tuin van een visser
ergens – niet hier.
Er is een kabelbaan boven huizen die naar soep ruiken
ergens – niet hier.
Er is een vogelbekdier zonder identiteitsvragen
ergens – niet hier.
Er is een miljoenenstad waar ze wespenkoekjes eten
ergens – niet hier.
En ik ben ook ergens – niet hier.”
– Joke van Leeuwen