Categorieën
liefde liefdesverdriet

Verliefd

‘k Had gedacht dat ik… Hoe heet dat?
Dat het me wat meer zou doen.
Dat ik nachten niet zou slapen
na die allereerste zoen.


En mijn hoofd niet naar studeren,
niet meer eten ook, afijn:
louter leven van de liefde,
rozengeur en maneschijn.


Maar ik voel echt niks bijzonders,
beide voeten op de grond.
‘t Zal vast reuze abnormaal zijn,
‘k ben misschien niet eens gezond!


‘t Zou natuurlijk ook nog kunnen
– daarop houden we ‘t dan maar –
dat dat meisje wel op mij viel
en ik (sorry) niet op haar.

– André Sollie
naar aanleiding van de Boekenpauw die hij vandaag in ontvangst mocht nemen
Categorieën
liefde
Je truitjes en je witte en rode
sjaals en je kousen en je slipjes
(met liefde gemaakt, zei de reclame)
en je brassières (er steekt poëzie in
die dingen, vooral als jij ze draagt)-
ze slingeren rond in dit gedicht
als op je kamer.
Kom er maar in, lezer, maak het je
gemakkelijk, struikel niet over de
zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen, gaat u zitten.

(Intussen zoenen wij even in deze
zin tussen haakjes, zo ziet de lezer
ons niet.) Hoe vindt u het,
dit is een raam om naar de werkelijkheid
te kijken, alles wat u daar ziet
bestaat. Is het niet allemaal
als in een gedicht?
– Herman De Coninck
Uit: De leninge liefde
Categorieën
liefde
Na die dag met jou
ik bij het raam
met niets dan liefde aan,
denkend aan de stilte
tussen onze zinnen
en aan je handen.
Dit weet ik nu:
handen
groeien langzaam
diep in je.

– Ed Franck
Uit: Liefde in vijf bewegingen
Categorieën
liefde liefdesverdriet natuur

Wanneer ik sterren was…

Wanneer ik de armen van sterren had
zwaaide ik die door de grote leegte.
Wanneer ik benen van sterren had,
stapte ik door de grote leegte.

Laatst, in onze liefde,
schreeuwde je als een zeehond, maar dan mooi.
Dat was het begin van de leegte,
torn in de tijd.

Wanneer ik ogen van sterren had,
zwierven die door de grote leegte.
Wanneer ik een neus van sterren had,
stak ik die in de grote leegte.
Wanneer ik een mond van sterren had,
kuste ik de leegte.

Het wordt gezegd
dat de leegte geen hart heeft.
Ik weet zeker
dat het hart van de leegte klopt.

– Hans Andreus
Categorieën
liefde

Versmelting

Je lichaam
hartkloppend
tegen het mijne aan
wie ben ik
waar eindig jij

Minnegulzend drink ik
je lippen
honingkussend zoet
kleef je op mijn huid
in één enkel ogen blik

Onbevreesd reik ik naar je
blotgegeven ziel
die kwetsbaar naakt
de mijne raakt

Gevangen in
bevangen door
elkaar
zijn we één tel
eeuwigheid

– Wendy Van Boom
Uit: 1001 liefdes, deel 1
Categorieën
liefde

Sonnet XVII

Ik bemin je niet als was je een roos van zout, topaas,
of een pijl van anjers die het vuur voortstuwen.
Ik bemin je zoals men houdt van zekere donkere zaken,
heimelijk, tussen de schaduw en de ziel.

Ik bemin je als de plant die niet bloesemt maar
het licht van de bloemen leidt, verborgen, in zich,
en dankzij jouw liefde leeft de krappe geur die
uit de aarde stijgt duister in mijn lijf.

Ik bemin je zonder te weten hoe, of wanneer, of waarvan.
Ik bemin je onmiddellijk zonder problemen of trots.
Ik bemin je zo omdat ik het op geen andere manier kan

Behalve op deze wijze die ik niet ben, noch jij,
zo dicht dat je hand op mijn borst de mijne is,
zo dicht dat jouw ogen zich sluiten met mijn droom.

– Pablo Neruda
Categorieën
afscheid huwelijk liefde
Voor Sverre

Later wil ik een wand vol krantenknipsels, een open haard en
een mand vol appels die ik zelf geplukt heb in een oude boom-
gaard. Ik wil een muurtje van brandhout tegen het huis voor de
muizen. Ik wil boodschappen doen op een omafiets met slag in
het wiel en fietstassen met bloemetjesmotief. Een bel die het
niet doet, zodat ik moet roepen.

Ik wil lang grijs haar in een knot en rimpels in mijn gezicht, van het
weer, van het plukken van de appels en een man die thuiskomt
als het eten klaar is, die hout gaat hakken na het eten omdat het
koud is. Het eten niet natuurlijk. Ik wil bovendien dat er nooit
iemand op bezoek komt, omdat we geen familie hebben en de
vrienden de hond en de kat zijn en wijzelf van elkaar. Verder niemand.

Ik weet soms niet waar mijn man is, wel dat hij is. En dat hij Satie
of Sibelius op de piano speelt, ’s avonds als ik Rilke lees voor
de open haard. Toen ik vroeger nog niet zo oud was, dacht ik
dat een open haard een opahaart was en een bijkeuken een
bijenkeuken. Dat mensen bijenkasten in de bijenkeuken hadden.
Ik wil thee drinken in een wollen trui.

Ik wil samen douchen met mijn man, of samen in bad gaan en dan
naar bed. En daar doen waar we zin in hebben, als we er zin in
hebben. Of eigenlijk wil ik pas daarna samen douchen. Dat hij zijn
handen om mijn borsten legt en we gewoon staan en beseffen
dat we man en vrouw zijn, onder een douche. Of meer: vrouw en
man. Misschien zijn we nog een beetje jongen en meisje.

Ik wil met mijn hoofd op zijn buik in slaap vallen. En dat hij dan
ook in slaap valt. En dat het haardvuur langzaam dooft. En dat het
leven ook zo eindigt.

Ida

– Ingeborg Klarenberg
Uit: 1001 liefdes, deel 1
Categorieën
liefde liefdesverdriet

Poema XX

Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.

Schrijven, bijvoorbeeld: “De nacht is vol sterren,
en de sterren zijn blauw en trillen in de verte.”

De nachtelijke wind draait in de hemel en zingt.

Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.
Ik hield van haar, en soms hield ze van mij.

Op nachten als deze hield ik haar in mijn armen,
Ik kuste haar keer op keer onder de eindeloze hemel.

Ze hield van me, en soms hield ik van haar.
Hoe kon men niet houden van die grote stille ogen.
Deze nacht kan ik de meest trieste verzen schrijven.
Denken dat ik haar niet heb. Voelen dat ik haar verloren heb.

De immense nacht te horen, nog immenser zonder haar.
En het vers valt op de ziel and dauw op het gras.

Wat doet het er toe dat mijn liefde haar niet kon houden.
De nacht is vol sterren en ze is niet bij mij.

Dat is alles. In de verte zingt iemand. In de verte.
En mijn ziel is ontevreden haar te hebben verloren.

Als om haar dichter te brengen, is het mijn blik die haar zoekt.
Ook mijn hart zoekt haar, en ze is niet bij me.

Dezelfde nacht maakt de dezelfde bomen wit.
Maar wij, die van toen, zijn niet meer dezelfde.
Ik hou niet meer van haar, dat is zeker, maar hoe heb ik van haar gehouden.
Mijn stem tracht de wind te vinden om haar oor te bereiken.

Van een ander. Ze zal zijn, van een ander. Net als voor mijn kussen.
Haar stem, haar helder lichaam. Haar oneindige ogen.

Ik hou niet meer van haar, dat is zeker, maar misschien hou ik van haar.
De liefde is zo kort, de vergetelheid zo lang.

Want op nachten als deze hield ik haar in mijn armen,
En mijn ziel is ontevreden haar te hebben verloren.

Zelfs al is dit de laatste pijn die ze me doet lijden,
en zijn deze de laatste verzen die ik voor haar schrijf.

– Pablo Neruda
uit “Veinte poemas de amor y una canción desesperada”
Categorieën
liefde

Lichtpunt

Want slapend is ze meest nabij.
Louter streling, in mijn neus,
louter voedsel, voor mijn ogen.
En donker, duister lichaam,
in die stralende handen van mij.
Louter slapend is ze kwetsbaar.
En onaanraakbaar – dierbare schroom.
Verheven boven verlangens, ontdaan van gebreken.
Ademende schoonheid, in mijn vingertoppen.
Louter slapend is ze ondraaglijk lief.

– Biezon
Categorieën
hoop liefde
Ik geloof in de zon,
zelfs als die niet schijnt.
Ik geloof in liefde
zelfs als ik die niet voel.

Regels, gekrabbeld op een muur van een kelder in Keulen,
vernield door een bombardement in de Tweede Wereldoorlog.
Categorieën
liefde natuur

Ster

Ster van me,
je kijkt naar de sterren.
Ik wil het firmament zijn en
kijken naar jou
uit duizenden ogen.
Plato (ca. 429-347 v.C.)
vert. Patrick Lateur
Categorieën
liefde

Neem

Neem een man, neem een vrouw.
Neem mij, neem jou. En laat
ons binnen een jaar of dertig
nog eens op deze zelfde plek
komen staan en nog eens kijken
naar diezelfde bosrand en nog
eens zoeken naar elkaars even
koude hand en denken: ja.
Marc Tritsmans
Categorieën
liefde

Dageraadslied

Wat is er? – Alsjeblieft,
verraad ons toch niet
en sta op voor hij komt
of hij maakt jou dood
en mij ongelukkig.
Het is al dag. Zie je niet
het licht door het raam?

– Anoniem
vert. Paul Claes
Categorieën
liefde liefdesverdriet

Gelukkig als de goden

Gelukkig als de goden lijkt
mij de man te zijn die vlak
tegenover jou zit en luistert
naar je mooie stem
en lieve lach, zodat plots
mijn hart in mijn borst bonst.
Zodra ik naar je kijk
stokt mijn stem,
mijn tong is gebroken,
een licht vuur loopt door
mijn huid, ik zie niets meer,
mijn oren suizen,
zweet stroomt van mij af,
een beven bevangt me,
ik voel me klammer dan gras,
het lijkt of ik dood ga,
maar alles is te dragen
als …
– Sapfo (ca. 600 v.C.)
Categorieën
liefde
in mijn sprookjesbos
is nog plaats voor elfen
en voor tovenaars

mijn Hertenkoning

er zijn zelfs oneindig veel
takken met jouw naam op
om schommels van te maken
en jezelf hoger hoger
vlinderend licht
mijn buik in te wiegen

Nana Ramael