Categorie: liefde
Een geschenk
Het regende
‘Ik heb het geweten,’ mompelde hij.
Ik noem je bloemen etc.
Ik noem je: merel in de vroegte
Ik noem je: mooi
Ik noem je: narcissen in de nacht
Waaroverheen de wind strijkt
Naar mij toe
Ik noem je: bloemen in de nacht
– Jan Hanlo
Waarom is het
een razende en gevlekte zon,
een blauwe maan komend uit een witte zee,
een omgekeerde wereld, een uiteenvallend woord,
een angst en een sprong in het licht van de nacht?
Het is waar dat ik zoveel mensen
die vrouwen waren liefste heb genoemd.
Het is waar dat ik mijn ogen steeds dicht wou doen,
niet wou denken, nooit meer denken,
maar wilde proberen de zwaartekracht met een nieuw en scherend soort vliegen
na het diepste en zwartste punt –
belachelijk te maken. Maar waarom, waarom
is het dat liefde zo is; een tekort in de wereld,
een te veel in de lucht, in de stemmen der goden
wanneer zijn zingen en slechts gelukkig zijn?
Liefde is geen geluk. Is een poging
tot vallen, zwemmen, vliegen, onwaarschijnlijk stilstaan .
De mensen leven met de poppetjes van hun angst
en noemen dat liefde. Maar liefde is
anders, is een bestaan dat verandert,
dat door lagen van nacht en van licht
daalt of stijgt naar het langzaamste muziekmaken van de tijd,
ten laatste zonder muziek, ten laatste zonder tijd
en zonder dit menselijk begin:
te zien naar de liefste en de oude woorden te spreken,
die dan misschien alleen kleine ballonnen van licht zijn.
– Hans Andreus
‘Zal ik nog een eindje met je meelopen?’
Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.
Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.
Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.
Tot na het waken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.
– Hagar Peeters
Verschenen in: Genoeg gedicht over de liefde vandaag, 1999.
Verlanglijstje
Geef mij niets en zeg: dat is alles.
– Bart Moeyaert
18 juni
D
je,
Brief geschreven,
met bloedende
Zit in hut,
doorgelekt verband.
Geen pijn hoor.
Ik weet nu hoe ik bij je
komen.
Is dus wel vindbaar
een weg.
Wist jij wel.
Mijn mond niet gewond,
kan kussen.
Mijn ziel evenmin
op een klein barstje na.
Onge
hoe heet dat
ongebroken denk ik
Word niet wakker
inmiddels
slaap met gerust hart
ik besta
geloof dat maar
dát
P.
– Toon Tellegen
– Ed Franck