Het helpt, als ik dat zeg.
Dan ben ik nog wel hier,
maar tegelijk al weg.
Eenvoudig
door een kier daarboven
naar een plek waar
moeilijk te geloven
niet bestaat.
Per droom word ik vanzelf
mijn eigen held, als ik dat wil.
Is in het echt niet naar mijn zin,
te erg, te droef, of allebei,
maak ik het stil hier bovenin
en zeg een paar keer:
red mij.
Red mij.
– Bart Moeyaert
Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.
Stap trager dan je hartslag vraagt.
Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen
En verdwijn met mate.
Neem niet je tijd
En laat de tijd je nemen-
Laat.
-Leonard Nolens
Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
‘Gezellig,’ zei de eekhoorn.
‘Maar daar kom ik niet voor,’ zei de mier.
‘Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?’
‘Nou ja … een klein beetje dan.’
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was.
‘We moesten elkaar een tijdje niet zien,’ zei hij.
‘Waarom niet?’ vroeg de eekhoorn verbaasd.
Hij vond het juist heel gezellig als de mier zo maar langs kwam.
Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
‘Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,’ zei de mier.
‘Missen?’
‘Missen. Je weet toch wel wat dat is?’
‘Nee,’ zei de eekhoorn.
‘Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.’
‘Wat voel je dan?’
‘Ja, daar gaat het nou om.’
‘Dan zullen we elkaar dus missen,’ zei de eekhoorn verdrietig.
‘Nee,’ zei de mier, ‘want we kunnen elkaar ook vergeten.’
‘Vergeten! Jou?!’ riep de eekhoorn .
‘Nou,’ zei de mier. ‘Schreeuw maar niet zo hard.’
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
‘Ik zal jou nooit vergeten,’ zei hij zacht.
‘Nou ja,’ zei de mier. ‘ Dan moeten we nog maar afwachten. Dag!’
En heel plotseling stapte hij de deur uit en liet zich langs de stam van de beuk naar beneden zakken. De eekhoorn begon hem onmiddellijk te missen.
‘Mier,’ riep hij ‘ik mis je!’ Zijn stem kaatste heen en weer tussen de bomen.
‘Dat kan nu nog niet!’ zei de mier. ‘Ik ben nog niet eens weg!’
‘Maar toch is het zo!’ riep de eekhoorn.
‘Wacht nou toch even,’ klonk de stem van de mier nog uit de verte.
De eekhoorn zuchtte en besloot te wachten. Maar hij miste de mier steeds heviger.
Soms dacht hij even aan beukenotenmoes, of aan de verjaardag van de tor, die avond , maar dan miste hij de mier weer.
’s Middags hield hij het niet langer uit en ging hij naar buiten.
Maar hij had nog geen 3 stappen gedaan of hij kwam de mier tegen moe, bezweet, maar tevreden.
‘Het klopt,’ zei de mier. ‘Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten.’
‘Zie je wel,’ zei de eekhoorn.
‘Ja,’ zei de mier.
En met hun armen om elkaars schouders liepen zij naar de rivier om naar het glinsteren van de golven te gaan kijken.
– Toon Tellegen
Beesten
Wat ons onderscheidt van beesten
is dat wij zo snel opgeven.
Eén tik en we vragen smekend
om een onderbreking.
Of we geven forfait.
Het is dat wij altijd weten
van een weg terug, rood
aangelopen en verongelijkt.
Dan liever om het even welk dier.
Een vogel die stopte met vliegen,
zelfs in een kooi, ik heb daar
nooit van gehoord.
– Max Temmerman
won vandaag de Publieksprijs Gedichtendag 2014
Let her go
You only need the light when it’s burning low
Only miss the sun when it’s starts to snow
Only know you love her when you let her go
And you let her go
Staring at the bottom of your glass
Hoping one day you will make a dream last
The dreams come slow and goes so fast
And you see her when you close your eyes
Maybe one day you will understand why
Everything you touch all it dies
But you only need the light when it’s burning low
Only miss the sun when it’s starts to snow
Only know your love her when you let her go
Only know you’ve been high when you’re feeling low
Only hate the road when you’re missin’ home
Only know your love her when you let her go
Staring at the ceiling in the dark
Same ol’ empty feeling in your heart
Cause love comes slow and it goes so fast
Well you see her when you fall asleep
But to never to touch, no never to keep
Because you loved her to much
And you dive too deep
‘Cause you only need the light when it’s burning low
Only miss the sun when it’s starts to snow
Only know your love her when you’ve let her go
Only know you’ve been high when you’re feeling low
Only hate the road when you’re missin’ home
Only know you love her when you’ve let her go
And you let her go
There is a crack in everything
Als ik mezelf had mogen scheppen, zou ik minder
fouten hebben gemaakt. Ik liet mij niet zo verdwalen
tussen het gebrekkig zijn en het gebrekkige zijn.
Ik gaf mij broodkruimels om de weg terug
te vinden, al weet ik niet welke weg dat was en waar
die eigenlijk naartoe ging en hoe die heette.
Ik at het brood in plaats van het te strooien; honger
maakt alle wegen eindeloos lang en laat geen tijd voor rust
in de berm, de lucht te zien en daar een vogel thuis.
– Ted van Lieshout
uit: Jij bent mijn mooiste landschap
Mijn kussen ruikt naar jou…
– Sofie Vanlerberghe
De eekhoorn
Het was een prachtige ochtend in het bos. De lijster zat zacht te fluiten in de struik onder de eik en de karper liet het water van de vijver af en toe even rimpelen. Er woei geen wind, de zon scheen langs de takken, liet hier en daar een druppel dauw glinsteren, en langs de rivier leek de grond wel te dampen. Het werd een warme dag, maar het was nog een zachte, heldere ochtend.
De eekhoorn was vroeg opgestaan en snoof de geur van hars en seringen in zich op. Hij liet zijn voeten bungelen in het water van de vijver en vroeg zich af welke dag nog mooier zou kunnen zijn dan deze dag. Een dag met dikke, verse sneeuw? Of een dag met zwarte wolken in de verte, als de zon nog schijnt, en met bliksemschichten zo mooi dat je ze wel zou willenpakken?
Naast hem lag een vel papier. Hij wilde een brief schrijven. Hij wilde eindelijk weer een iemand iets laten weten. Maar hij wist niet wie of wat. Hij pakte zijn pen en schreef:
Beste
Toen legde hij zijn pen weer neer. Hij wilde iedereen wel schrijven: de albatros, de potvis, de buffel, de spitsmuis. Hij wilde iedereen wel feliciteren of uitnodigen of vragen of zij ooit zo’n mooie dag hadden meegemaakt. Maar met wie moest hij beginnen?
Al denkend sloot hij zijn ogen. In zijn gedachten zag hij de woestijn en werd heel warm. Hij zocht de schaduw van een rots op en viel in slaap. Plotseling schrok hij wakker. Er dreef een klein, bijna doorzichtig wolkje langs de zon. Hij wist meteen weer waar hij was en pakte zijn pen. Ik ga de mier schrijven, dacht hij, en het geeft niet wat.
Hij las wat hij geschreven had.
Beste Eekhoorn,
Hij fronste zijn voorhoofd. Beste Eekhoorn? Had hij dat zelf geschreven?
Maar hij wist plotseling wat hij verder schrijven moest.
Je vroeg je af of je ooit zo’n mooie dag hebt meegemaakt. Het antwoord is: nee.
Dag,
jezelf.
Vreemde brief, dacht de eekhoorn. Maar hij stuurde hem toch weg. Met een lichte bries werd de brief even later weer bij hem bezorgd. Vlug maakte hij hem open en las:
Beste Eekhoorn,
Dank je wel voor je brief. Ik wil je alleen nog even laten weten dat er nog veel meer van zulke dagen zijn die je nooit hebt meegemaakt. Ontelbare!
Dag,
jezelf.
De eekhoorn keek naar de lucht, naar de wind, naar de struiken, naar het water, naar zijn pen en naar zijn hand. De lijster zweeg en de karper was in de diepte verdwenen.
Wat een dag, dacht de eekhoorn en deed zijn ogen dicht.
– Uit: ‘Misschien wisten zij alles’ van Toon Tellegen
Als ik een man was
zou ik wel weten hoe
mij lief te hebben.
Ik zou mijn plotselinge
droefheden een bedding
geven, mijn natte haar
naar achteren strijken,
mijn boodschappenlijstjes
zou ik aanbidden en proberen
te doorgronden.
Ik zou mijn lege flessen
naar de glasbak dragen
en zeggen ‘onze’. Ik zou mij aaien en
met mijn oor op mijn buik
willen horen tot waar
mijn hart harder bonsde.
Ik zou chocola voor mij kopen
en die niet helemaal opeten
maar ook een stukje voor mij bewaren.
Ik zou naar vroeger
vragen en de naam van
de hond van mijn eerste
man’s tweede vrouw zelfs onthouden.
Ik zou mij loslaten zodra
ik los wou en ik zou
mij vertrouwen waar
ik ook heen wou.
Ik zou mij afhalen als ik terugkwam
en dan blij zijn.
Ik zou zelf (als ik die man was)
niet vaak weg zijn, maar
trouw tot in de dood (na honderd jaar) en
van al mijn onderkinnen
de een nog mooier
dan de ander vinden
en heerlijk hoe ik rook.
– Judith Herzberg
Verrassing – Jackobond
En jij vindt niet snel iets overdreven
Ga nu, laat me, hier stopt het dan
We gaan afronden, het is genoeg geweest, het wordt al laat
Ga nu, laat me, hier stopt het dan
Ik heb niemand nodig
Rollen in de afgrond – Jackobond
http://youtube.googleapis.com/v/mSndeZ9J7Hg&source=uds
’t Is hier warm, wie speelt er hier met vuur?
Past daarmee op ge verbrandt u op den duur
Ik zie u zo helder als glas
Gij speelt een spel en ge speelt al een tijd vals
Ik waarschuw u, onderschat mij niet
Ik pak u terug, verliezen ken ik niet
Tis hier warm, wie speelt er hier met vuur?
Past daarmee op ge verbrandt u op den duur
Door mijn tranen zie ik ons samen
En denk terug aan wat er is geweest
en door mijn tranen zie ik ons samen
denk terug aan wat er is geweest
maar we rollen in de afgrond
ik heb u mijn hart geleend
maar ge hebt het zwaar verwond
Ik was voor u een open boek
gij niet voor mij dus ik doe de boeken toe
Toch wens ik u niet naar de maan
Ik wil u niet meer tussen de sterren zien staan
Door mijn tranen zie ik ons samen
En denk terug aan wat er is geweest
en door mijn tranen zie ik ons samen
denk terug aan wat er is geweest
Mijn lief, ik zeg u dus vaarwel
Ge oogst wat ge zaait ik zet u buiten spel
ik zal het zijn die hier het laatste lachte
ik wou dat ik u nooit ontmoet had
We hadden ’t allemaal
Maar we vallen uit elkaar
Er is zoveel geweest
maar we rollen in de afgrond
ik heb u mijn hart geleend
maar ge hebt het alleen maar verwond
The more loving one
Looking up at the stars, I know quite well
That, for all they care, I can go to hell,
But on earth indifference is the least
We have to dread from man or beast.
How should we like it were stars to burn
With a passion for us we could not return?
If equal affection cannot be,
Let the more loving one be me.
Admirer as I think I am
Of stars that do not give a damn,
I cannot, now I see them, say
I missed one terribly all day.
Were all stars to disappear or die,
I should learn to look at an empty sky
And feel its total dark sublime,
Though this might take me a little time
– W.H. Auden
Bedankt voor alles, Fern.
