Categorieën
kinderen natuur

Verdrietig kind, verdrietig gedicht

Foto door eberhard grossgasteiger

Ik ben de herfst. 
Ik ben de regen. 
Ik ben de storm.

Zoek mij maar op, 
ik sta in alle gedichten.

Houd mij maar vast, 
ik heb het koud en ik ben moe, 
en nog zoveel bladeren aan de bomen, 
nog zoveel bladeren overal.

– Toon Tellegen 
uit: De zin van een liguster, Querido Amsterdam, 1980

Categorieën
afscheid

Missen

Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn.
‘Gezellig,’ zei de eekhoorn.
‘Maar daar kom ik niet voor,’ zei de mier.
‘Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?’
‘Nou ja … een klein beetje dan.’
Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was.
‘We moesten elkaar een tijdje niet zien,’ zei hij.
‘Waarom niet?’ vroeg de eekhoorn verbaasd.
Hij vond het juist heel gezellig als de mier zo maar langs kwam.
Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan.
‘Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,’ zei de mier.
‘Missen?’
‘Missen. Je weet toch wel wat dat is?’
‘Nee,’ zei de eekhoorn.
‘Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.’
‘Wat voel je dan?’
‘Ja, daar gaat het nou om.’
‘Dan zullen we elkaar dus missen,’ zei de eekhoorn verdrietig.
‘Nee,’ zei de mier, ‘want we kunnen elkaar ook vergeten.’
‘Vergeten! Jou?!’ riep de eekhoorn .
‘Nou,’ zei de mier. ‘Schreeuw maar niet zo hard.’
De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen.
‘Ik zal jou nooit vergeten,’ zei hij zacht.
‘Nou ja,’ zei de mier. ‘ Dan moeten we nog maar afwachten. Dag!’
En heel plotseling stapte hij de deur uit en liet zich langs de stam van de beuk naar beneden zakken. De eekhoorn begon hem onmiddellijk te missen.

‘Mier,’ riep hij ‘ik mis je!’ Zijn stem kaatste heen en weer tussen de bomen.
‘Dat kan nu nog niet!’ zei de mier. ‘Ik ben nog niet eens weg!’
‘Maar toch is het zo!’ riep de eekhoorn.
‘Wacht nou toch even,’ klonk de stem van de mier nog uit de verte.
De eekhoorn zuchtte en besloot te wachten. Maar hij miste de mier steeds heviger.
Soms dacht hij even aan beukenotenmoes, of aan de verjaardag van de tor, die avond , maar dan miste hij de mier weer.

’s Middags hield hij het niet langer uit en ging hij naar buiten.
Maar hij had nog geen 3 stappen gedaan of hij kwam de mier tegen moe, bezweet, maar tevreden.
‘Het klopt,’ zei de mier. ‘Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten.’
‘Zie je wel,’ zei de eekhoorn.
‘Ja,’ zei de mier.

En met hun armen om elkaars schouders liepen zij naar de rivier om naar het glinsteren van de golven te gaan kijken.

– Toon Tellegen

Categorieën
leven

De eekhoorn

Het was een prachtige ochtend in het bos. De lijster zat zacht te fluiten in de struik onder de eik en de karper liet het water van de vijver af en toe even rimpelen. Er woei geen wind, de zon scheen langs de takken, liet hier en daar een druppel dauw glinsteren, en langs de rivier leek de grond wel te dampen. Het werd een warme dag, maar het was nog een zachte, heldere ochtend.

De eekhoorn was vroeg opgestaan en snoof de geur van hars en seringen in zich op. Hij liet zijn voeten bungelen in het water van de vijver en vroeg zich af welke dag nog mooier zou kunnen zijn dan deze dag. Een dag met dikke, verse sneeuw? Of een dag met zwarte wolken in de verte, als de zon nog schijnt, en met bliksemschichten zo mooi dat je ze wel zou willenpakken?
Naast hem lag een vel papier. Hij wilde een brief schrijven. Hij wilde eindelijk weer een iemand iets laten weten. Maar hij wist niet wie of wat. Hij pakte zijn pen en schreef:

Beste

Toen legde hij zijn pen weer neer. Hij wilde iedereen wel schrijven: de albatros, de potvis, de buffel, de spitsmuis. Hij wilde iedereen wel feliciteren of uitnodigen of vragen of zij ooit zo’n mooie dag hadden meegemaakt. Maar met wie moest hij beginnen?
Al denkend sloot hij zijn ogen. In zijn gedachten zag hij de woestijn en werd heel warm. Hij zocht de schaduw van een rots op en viel in slaap. Plotseling schrok hij wakker. Er dreef een klein, bijna doorzichtig wolkje langs de zon. Hij wist meteen weer waar hij was en pakte zijn pen. Ik ga de mier schrijven, dacht hij, en het geeft niet wat.
Hij las wat hij geschreven had.

Beste Eekhoorn,

Hij fronste zijn voorhoofd. Beste Eekhoorn? Had hij dat zelf geschreven?
Maar hij wist plotseling wat hij verder schrijven moest.

Je vroeg je af of je ooit zo’n mooie dag hebt meegemaakt. Het antwoord is: nee.
Dag,
jezelf.

Vreemde brief, dacht de eekhoorn. Maar hij stuurde hem toch weg. Met een lichte bries werd de brief even later weer bij hem bezorgd. Vlug maakte hij hem open en las:

Beste Eekhoorn,
Dank je wel voor je brief. Ik wil je alleen nog even laten weten dat er nog veel meer van zulke dagen zijn die je nooit hebt meegemaakt. Ontelbare!
Dag,
jezelf. 

De eekhoorn keek naar de lucht, naar de wind, naar de struiken, naar het water, naar zijn pen en naar zijn hand. De lijster zweeg en de karper was in de diepte verdwenen.

Wat een dag, dacht de eekhoorn en deed zijn ogen dicht.

– Uit: ‘Misschien wisten zij alles’ van Toon Tellegen

Categorieën
leven

Voor…

Leve het kleine,
het oneindig niet verder te verkleinen allerkleinste ultrakleine
leve alle mensen die eeuwig denken:
wat zeg ik nú weer,
o mijn god, wat heb ik nú weer gezegd
en leve alle kinderen
en alle grote en kleine vergissingen
en de onmogelijkste aller werelden,
dat onooglijk onoverkomelijk onontbeerlijk wereldje
van jou en mij
lang leve jij!

– Toon Tellegen

Categorieën
leven

Avond

Het is zomer.
De zon gaat onder en alles is bijna mooi.
Mensen roepen elkaar toe:’Wat scheelt het nog?’
‘Niets!’ roepen ze terug. ‘Het scheelt niets!’

Nog nooit was alles zo vrijwel volledig,

zo grenzeloos mooi.
Zij die nu nog waarschuwen voor de werkelijkheid
hebben daar waarlijk geen reden meer voor.

De maan komt op.

Kleine bloedige karkassen drijven langs de horizon
en iemand zegt: ‘Ik kan niet meer.’
(wijst naar zichzelf): ‘Ik, ik kan niet meer.’
(fluistert): ‘Ik.’

– Toon Tellegen

Categorieën
leven

Alle mensen

Alle mensen wachten op wonderen
vrouwen wachten op vrouwelijke wonderen
mannen wachten op echte wonderen
kinderen wachten op kleine feestelijke wonderen
alle wonderen wachten op dagelijkse sleur
haringen zwemmen de licht in de zee uit
zoeken het blauw tussen de wolken
glimmend van genot
en iemand die iets zoekt om te slapen
vindt een gedachte
in het spaarzame gezicht van een ander
en vlijt zich daarin neer.

Toon Tellegen
Categorieën
liefde

Als

‘Als we ons nu eens vergissen,
wat denk je,
als we nu eens niet van elkaar houden
met een hartstocht die steeds feller en feller opvlamt,
maar elkaar verafschuwen zonder dat we dat weten,
als ware het de latente fase van een dodelijke kwaal?’

en nog vuriger kussen zij elkaar,
klemmen zich aan elkaar vast.

– Toon Tellegen

Categorieën
leven liefde

Wij twee

Wij zijn gelukkig.
Buren bonken op onze muren:
‘Wij ook! Wij zijn ook gelukkig!’
Voorbijgangers blijven staan,
drukken hun neus tegen ons raam,
roepen:
‘En wij dan… Vlak ons niet uit…!
Alsof wij niet gelukkig zijn!’
lopen peinzend verder,
vragen elkaar:
‘Wij zijn toch gelukkiger dan wie dan ook?
Dat is toch zo?’
Kinderen sluiten zich bij hen aan, dansend,
zingend
maar wij hierbinnen, weggezonken
in het schemerdonker,
wij twee,
wij zijn het gelukkigst.

– Toon Tellegen

Categorieën
leven

Spijt

Het spijt me.
Die drie woorden!
die zijn geboren uit ontgoocheling
en een zucht van onnadenkendheid
die zijn groot geworden in het naargeestige midden
tussen lief en leed
die door het leven hebben gemarcheerd
één twee één twee,
dromend van een oogopslag
en die ongemerkt van betekenis zijn veranderd,
verbleekt
in het lege aangezicht van onbekenden
hemels en vergeefs
o het spijt me, het spijt me!

– Toon Tellegen

Categorieën
afscheid liefde liefdesverdriet

De muze

Als je uit een raam kunt leunen
rek je dan zo ver uit dat je zult vallen
of haar net, net zult kussen –

zij zal wachten,
haar hart zal bonzen,
zij zal zien hoe ver je reikt.

– Toon Tellegen

Categorieën
afscheid leven liefde

Zal ik weggaan?

Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden,
mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken:
zo is het genoeg,
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken,
hem voorzichtig opendoen
en weggaan- met kleine zachtmoedige passen
Of zal ik blijven?
Zal ik blijven?

– Toon Tellegen
uit: Alleen liefde

Categorieën
leven

Men moet

Men moet altijd enigszins verdrietig zijn,
anders is men verloren,

maar men moet wel een beetje verloren zijn –
van het reddeloze soort –
anders zou men alleen maar gelukkig zijn,

toch moet men ook gelukkig zijn,
zo maar gelukkig kunnen zijn,
in alle staten van geluk,

anders zou men maar verdrietig zijn,
enigszins verdrietig
altijd.

– Toon Tellegen
Uit: Minuscule oorlogen,niet met het blote oog zichtbaar

Categorieën
liefde

Nog één stap…

Nog één stap… zegt de een
Nog duizend stappen… zegt de ander.
… tussen jou en mij, zegt de een.
… tussen mij en jou, zegt de ander.
De een neemt duizend stappen
en de ander zegt:
nu zijn het er nóg meer, nog tienduizend stappen!
De ander neemt één stap
en de een zegt:
een halve stap was al voldoende,
nu zie ik het.

– Toon Tellegen
uit: De een en de ander

Categorieën
leven liefde

Brieven aan Doornroosje

18 juni

D
je,
Brief geschreven,
met bloedende
Zit in hut,
doorgelekt verband.
Geen pijn hoor.
Ik weet nu hoe ik bij je
komen.
Is dus wel vindbaar
een weg.
Wist jij wel.
Mijn mond niet gewond,
kan kussen.
Mijn ziel evenmin
op een klein barstje na.
Onge
hoe heet dat
ongebroken denk ik
Word niet wakker
inmiddels
slaap met gerust hart
ik besta
geloof dat maar
dát

P.

– Toon Tellegen

Categorieën
leven

Nee

Nee was een klein woord,
een onbeduidend woord.
Het luisterde naar de grote woorden:
Ja en Wij en Altijd.
Het bestudeerde de kruimels van hun gedachten,
die zij van hun tafel lieten vallen.
Het was geen dom woord.
Op een dag kroop het naar de keuken,
klom op het aanrecht,
greep een mes
en at het op.
(Woorden kunnen dingen eten.)
Het was nog steeds een klein woord,
maar geen onbeduidend woord – dat nooit meer –
en het ging terug naar de kamer,
zat onder de tafel
en luisterde.

– Toon Tellegen