Lieveling, ik houd de wacht
Rozenmond slaap zacht,
Mumford and sons – After the storm
I run and run as the rains come
And I look up, I look up,
on my knees and out of luck,
I look up.
Night has always pushed up day
You must know life to see decay
But I won’t rot, I won’t rot
Not this mind and not this heart,
I won’t rot.
And I took you by the hand
And we stood tall,
And remembered our own land,
What we lived for.
And there will come a time, you’ll see, with no more tears.
And love will not break your heart, but dismiss your fears.
Get over your hill and see what you find there,
With grace in your heart and flowers in your hair.
And now I cling to what I knew
I saw exactly what was true
But oh no more.
That’s why I hold,
That’s why I hold with all I have.
That’s why I hold.
I will die alone and be left there.
Well I guess I’ll just go home,
Oh God knows where.
Because death is just so full and man so small.
Well I’m scared of what’s behind and what’s before.
And there will come a time, you’ll see, with no more tears.
And love will not break your heart, but dismiss your fears.
Get over your hill and see what you find there,
With grace in your heart and flowers in your hair.
And there will come a time, you’ll see, with no more tears.
And love will not break your heart, but dismiss your fears.
Get over your hill and see what you find there,
With grace in your heart and flowers in your hair.
Waar een wil is
Ik wil het tegenovergestelde van wat ik wil
ernstig is dit
(maar niet precies)
ik wil het tegenovergestelde zeggen
en omgekeerd evenredig weer ontkennen
van wat ik zeg
ik wil het tegenovergestelde denken van wat ik denk
ik wil het tegenovergestelde zijn van wat ik ben
(en ook hebben)
en dus wil ik niet
wil ik liever niet
wil ik het liefst het allerliefste niet
en tegelijk wil ik
(ik ben verdwaald)
-Toon Tellegen
ter gelegenheid van mijn eigenste examens, volop bezig
Alles weten we van vuur: [1] hoe laat de zon opkomt,
[2] ondergaat, [3] hoe warm de wereld ergens is,
[4] wanneer vulkanen dreigen, [5] waarom een vlam
pas als het waait naar naaste buren overslaat, [6]
ongevraagd, [7] altijd hongerig naar hout, natuurlijk
vurenhout in het bijzonder, [8] dat kunstenaars
geen leven leiden zonder rood of zwartgeblakerd
hart, en [9] dat er mensen zijn die amper wijzen
of hup daar staat een man of vrouw in lichterlaaie,
[10] er is ook larie, bijvoorbeeld, rosse meisjes
kussen beter en spaanse pepers koken heter, maar
[11] verder is alles opgemeten, uitgerekend, zelfs
van de hel is vastgesteld hoe fijn de as zal zijn
van iedereen, en daarom juist is het verbazend
dat iemand uit een havenstad nog nooit heeft
stilgestaan bij wat het vuur in vuurtorens betekent:
[12] kom hier, [13] wij willen u in deze stad graag zien
– Bart Moeyaert
ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de Boerentoren
Jouw liefde
Ik zing van de vogels, de bomen en de zee
Het tranendal, het mens’lijk wel en wee
Ik zing van de weemoed, de blues, de cafard
Zodra ik zing wordt alles minder zwaar
Ik zing van de mode, de kleuren van de tijd
De stelligheid van de onzekerheid
Ik zing van de scholen en hoe men wordt geknecht
Geen onderwerp ga ik uit de weg
Maar over jouw liefde, daarvan zing ik niet
Die is te mooi en te edel voor dit lied
Over jouw liefde, daarvan zing ik niet
Die is te rijk en te groot voor mijn vergank’lijk lied
Ik zing van verlangen, en hoe het wordt vervuld
Een kwestie van geluk en van geduld
Ik zing van het lichaam, de drankzucht, de seks
Door zulke duivels word ik graag behekst
Ach, wat de toekomst biedt
Die dwaze menselijkheid
Te vlassen in de tijd
Vergank’lijk lied
Maar ’t swingt wel als een tiet
Dat beeld bevalt me wel
Ik ben devoot van tieten
Ik zing van de leegte, het menselijk tekort
Het vrolijk liedje dat het nooit wat wordt
Ik zing van de kosmos, mens en maatschappij
Een zanger, die gaat nergens voor opzij
– Raymond Van Het Groenewoud
I fear
Here is the deepest secret nobody knows,
I carry your heart, I carry it in my heart
– E.E. Cummings
Mijn broer
hij wil ergens heen en trekt aan mij:
mijn broer,
verbazing is niets voor hem.
Ze was twaalf en erg gehaast
om oud te zijn als nu, en nu
het zover is, herinnert ze
zich niet wat haar zo naar
de toekomst liet verlangen.
Ze weet alleen nog dat ze in
een opstel over later schreef:
ik word mijn eigen baas en
na een jaar ben ik zo binnen
als een huis. Het valt tegen
wat ze ziet nu ze naar binnen
kijkt vanaf de bank op het
De Coninckplein, en naast de
glasbak wacht tot er een fles
blijft staan waar nog geluk
in zit. Maar voorts is ze haar
eigen baas, als ze de mensen
met haar eigen hand naar
kleingeld vraagt en daarna
op pantoffels die van haar zijn
ergens weer een straat inslaat
en niemand nakijkt, zodat
ook niemand zich hoeft af
te vragen of ze een thuis heeft
waar haar schoenen staan.
– Bart Moeyaert
naar aanleiding van de Nationale Dag van het Verzet tegen Armoede
Man over woord
– Pieter Embrechts
aan het langgetrouwde paar
vertel eens, hoe hebben jullie elkaar
eigenlijk leren kennen?
helemaal niet, antwoordde de vrouw
we hebben wel geprobeerd, maar zoiets
is niet haalbaar,
beaamde haar echtgenoot
– Gust Gils
Recordarás aquella quebrada caprichosa
a donde los aromas palpitantes treparon,
de cuando en cuando un pájaro vestido
con agua y lentitud: traje de invierno.
Recordarás los dones de la tierra:
irascible fragancia, barro de oro,
hierbas del matorral, locas raíces,
sortílegas espinas como espadas.
Recordarás el ramo que trajiste,
ramo de sombra y agua con silencio,
ramo como una piedra con espuma.
Y aquella vez fue como nunca y siempre:
vamos allí donde no espera nada
y hallamos todo lo que está esperando.
– Pablo Neruda
Je herinnert je toch dat grillige ravijn,
waar de trillende aroma’s opklommen,
en van tijd tot tijd een vogel, gekleed
met water en traagheid: zijn winterveren.
Je herinnert je toch de gaven van de aarde:
prikkelbare geur en gouden klei,
grassen van het struikgewas, dolle wortels,
betoverende doornen als zwaarden.
Je herinnert je toch het boeket dat je meebracht,
een boeket van schaduw en water en stilte,
een boeket als een beschuimde steen.
Het was die keer zoals nimmer en altijd:
we gaan naar waar niets aan het wachten is
en ontmoeten al wat te wachten staat.