Altijd als je denkt
Dit is het einde
Sta je op de grens
Van wat begint
– Stef Bos
Altijd als je denkt
Dit is het einde
Sta je op de grens
Van wat begint
– Stef Bos
Voorzichtig zilver van de winter lag
gelijk een mal van mist om alle dingen
met zoveel onverwachte wisselingen
van bijna wit naar wit de hele dag.
Ik wilde stil zijn en alleen bedacht
op koningen en herders, hoe zij gingen
(van boven af een aanbegin van zingen)
de lange weg ten einde van de nacht
en zonder vragen of getorste vracht
van ongeledigde herinneringen
gaan in de stoet van de verkorelingen
die enkel moed bezitten en geen macht.
– Anton van Wilderode
Je kunt klimmen zo hoog je wilt
verdwijnen in het hemelsblauw
maar al klom je tot de hemelpoort
het zit niet hoger dan in jou.
– Dimitri van Toren
Hou je hoofd op je schouders,
laat je hart slaan voor ons
en vaarwel, vaarwel, vaarwel!
Hou je navel in het midden,
hou je gat tussen je billen
en vaarwel, vaarwel, vaarwel!
Hou je voeten waterpas,
kom terug zoals je was
voordat je ging, en vaar wel!
– Sjoerd Kuyper
Ik kan geen postzegels verzamelen
ik kan geen vrouwenfoto’s verzamelen
ik kan geen amourettes kollektioneren
en geen wijsheid
ik kan niets meer
ik kan niets meer
Waarom doof ik de lamp niet
en ga ik niet te bed
Ik wil beproeven
naakt te zijn
bloot wie weet wel gevroren purper
en bleekheid
Is zo niet het gans beginnende begin
Ik wil niets weten
ik wil niet vragen
waarom
ik niet werd een postzegelkollektioneur
Ik zal beginnen mijn debacle te geven
ik zal beginnen mijn failjiet te geven
ik zal mij geven een stuk gereten arme grond
een vertrapte grond
een heidegrond
een bezette stad
Ik wil bloot zijn
en beginnen
– Paul van Ostaijen
– Antoine de Saint Exupéry
Niet dat wij de kar niet in brand staken.
Dat mocht, wij kenden grieks en latijn.
Niet dat wij oud waren, enkel het leven moe,
want wij hadden nog niet geleefd.
Wij wisten wat angst was en paniek,
maar bang waren wij nooit.
Volmaakt waren de dagen waarop de liederlijkheid
der wetten ons nog niet had verslagen
en wij alles wat los en vast zat stalen.
Wij waren het toch die bier uit emmers dronken?
Of is het waar dat wij de eden zijn vergeten,
die op de konten der burgers werden geschreven?
– Eddy van Vliet
er moet een wereld van verloren dingen zijn
waarin een handschoen, inderhaast vergeten,
het aanlegt met een oude krant,
een sjaal, een zakdoek of een kam.
de handschoen mist de hand niet meer,
de zakdoek hoeft geen jammernis,
en zelfs de sjaal taalt niet naar warmte
van kindermeiden en van moeders.
– al wat verloren is, is samenhorig.
maar tederheid die overbodig werd,
het kippevel dat blijven wou,
de eerste natte droom, het domste lief,
het speelgoed van een kind dat stierf.
en doen alsof men alles kan vergeten,
ofschoon men, plompverloren als een mens,
alleen in het heelal moet zijn.
– Luuk Gruwez