Categorieën
quote

Quote

Categorieën
quote

Quote

Categorieën
familie

Geboorte

Antwoord van papa

Ik wilde wel eens horen
waarom ik ben geboren

papa zei
wie, o jij
ik schudde jou
uit mijn mouw
toen hadden we jou

papa keek blij
toen hij dat zei

maar ik ben maar
naar mama gegaan
papa’s zijn leuk
voor grapjes
maar mama’s
daar heb je wat aan


Antwoord van mama

Ik wilde wel eens horen
waarom ik ben geboren

mama keek blij
en zoende mij
zoende zoende zoende
mij en zei
na de zoveelste zoen

om de wereld
een groot plezier te doen

– Erik Van Os
naar aanleiding van de geboorte van mijn nichtje, Amelia, vandaag
Categorieën
afscheid

Voor een dag van morgen


Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad, hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Zij zouden je niet geloven.
Zij zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens zo liefhad als ik jou.

– Hans Andreus
Voor mijn allerbeste vriendin


Categorieën
kinderen leven

Gisteren

Ik ben bij mijn oma geweest.
Gisteren.
Ze heeft van oorlog en liefde verteld.
Haar stem ritselde
als blaadjes in de wind.
Ik was gisteren bij haar op bezoek.
Iedereen is een mooi boek.

– Sjoerd Kuyper
Categorieën
quote

Iedereen leest

 

Categorieën
afscheid familie

Geen kind meer

Je leeft je eigen leven,
wat zij er ook van vindt,
je bent allang geen kind meer.
Je wilt erover praten,
maar niet op die manier,
je zult haar best verdriet doen,
maar niet voor je plezier.
Wat moet je nog met haar en
met haar ouderlijk gezag?
En dan opeens, dan is-ie er, die
dag…

De dag waarop je moeder sterft,
de dag die je dagen
van dan af aan wat grijzer verft,
al hou je niks te klagen:
je hebt je goede vrienden nog,
die staan je ook dichtbij
en als je soms een minaar zoekt,
dan staan ze in de rij.

Maar niemand zal meer weten
hoe je met je pop kon spelen
en niemand zal nog ooit
je vroegste vroeger met je delen.
De dag waarna je nooit meer
kwetsbaar wezen mag en klein,
de dag waarna je nooit meer kind
zult zijn.

Wat al die jaren fout ging
komt dan niet meer terecht
en wat je nog wou zeggen
blijt eeuwig ongezegd:
de machteloze frasen
van je genegenheid
en dat het niet haar schuld was
en ook dat het je spijt.
De dingen die je lang niet zeggen
kon
en zeggen wou
en dan zo graag nog één keer
zeggen zou…

De dag waarop je moeder sterft,
dat jij wordt losgelaten
en al haar eigenschappen erft,
die jij zo in haar haatte:
de scherpe tong, de bokkenpruik,
deze zure schooljuffrouw,
die zullen ze dan binnenkort
herkennen gaan in jou.

En hoop’lijk ook de and’re kant:
de aardige, de zachte,
maar of je die hebt meegeërfd
valt nog maar af te wachten.
De dag waarna de rest
een kwestie wordt van tijd en
pijn,
de dag waarna je nooit meer kind
zult zijn.

– Jan Boerstoel
Categorieën
liefde

Voor de verre prinses

Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis—dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door grote dromen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,

Dan zal ik komen, iedre nacht.

– J. Slauerhoff
Uit: Serenade III

Categorieën
afscheid

Funeral blues

Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone,
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come. 

Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message He Is Dead,
Put crepe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves. 

He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last for ever: I was wrong.

The stars are not wanted now: put out every one;
Pack up the moon and dismantle the sun;
Pour away the ocean and sweep up the wood.
For nothing now can ever come to any good

W.H. Auden
speciaal voor de allerliefste mama
Categorieën
leven

Wees altijd dronken.

Wees altijd dronken. Daar gaat het om: dat is het enige.
Om niet de afschuwelijke last van de Tijd te voelen die je
schouders verbrijzelt en je naar de aarde
toe drukt, moet je je onophoudelijk bedrinken. Maar
waar aan? Aan wijn, aan poëzie, of aan deugdzaamheid, net wat je wilt.
Maar bedrink je.

En als je, een enkele keer, op de traptreden van een paleis,
op het groene gras van een greppel, in de sombere
eenzaamheid van je kamer, wakker wordt, en de dronkenschap is al
verminderd of verdwenen, vraag dan aan de
wind, aan de golf, aan de ster, aan de vogel, aan de klok,
aan alles wat vliedt, aan alles wat zucht, aan alles wat
voortrolt, aan alles wat zingt, aan alles wat spreekt,
vraag dan hoe laat het is; en de wind, de golf, de ster, de vogel,
de klok, zullen je antwoorden: ‘Het is tijd om je te bedrinken! Om niet
de gemartelde slaven van de Tijd te zijn,
bedrink je, bedrink je voortdurend!
Aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, net wat je wilt.

– Charles Baudelaire (vertaling)
Uit: Het spleen van Parijs (1869)

Categorieën
leven

Het wit…

Het wit.
Onhoorbaar is
het wit. Slechts

wat getrippel
van vogelpoten

heel omzichtig
in de bange
stilte van het
wit.

Onhoorbaar ligt
het wit in de
leeggeblazen ochtend.

Ik schrijf er
geen voetstappen
in.

– Roland Jooris

Categorieën
liefde

Sonnet XVII

No te amo como si fueras rosa de sal, topacio
o flecha de claveles que propagan eñ fuego:
te amo como se aman ciertas cosas oscuras,
secretamente, entre la sombra y el alma.

Te amo como la planta que no florece y lleva
dentro de sí, escondida, la luz de aquellas flores,
y gracias a tu amor vive oscuro en mi cuerpo
el apretado aroma que ascendió de la tierra.


Te amo sin saber cómo, ni cuándo, ni de dónde,

te amo directamente sin problemas ni orgullo:

así te amo porque no sé amar de otra manera,


sino así de este modo en que no soy ni eres,

tan cerca que tu mano sobre mi pecho es mía,
tan cerca que se cierran tus ojos con mi sueño.


Ik bemin je niet als was je een roos van zout, topaas,
of een pijl van anjers die het vuur voortstuwen.
Ik bemin je zoals men houdt van zekere donkere zaken,
heimelijk, tussen de schaduw en de ziel


Ik bemin je als de plant die niet bloesemt maar
het licht van de bloemen leidt, verborgen, in zich,
en dankzij jouw liefde leeft de krappe geur die
uit de aarde stijgt duister in mijn lijf.

Ik bemin je zonder te weten hoe, of wanneer, of waarvan.
Ik bemin je onmiddellijk zonder problemen of trots.
Ik bemin je zo omdat ik het op geen andere manier kan

Behalve op deze wijze die ik niet ben, noch jij,
zo dicht dat je hand op mijn borst de mijne is,
zo dicht dat jouw ogen zich sluiten met mijn droom.

– Pablo Neruda

Categorieën
leven natuur

Teder

Teder de dag die nog niet wil beginnen,
een tentenkamp van tule en wit linnen
waarin de zon met vlokjes licht beweegt
gelijk een vis met niets dan zilvervinnen.

– Anton van Wilderode

Categorieën
leven

Avond

Het is zomer.
De zon gaat onder en alles is bijna mooi.
Mensen roepen elkaar toe:’Wat scheelt het nog?’
‘Niets!’ roepen ze terug. ‘Het scheelt niets!’

Nog nooit was alles zo vrijwel volledig,

zo grenzeloos mooi.
Zij die nu nog waarschuwen voor de werkelijkheid
hebben daar waarlijk geen reden meer voor.

De maan komt op.

Kleine bloedige karkassen drijven langs de horizon
en iemand zegt: ‘Ik kan niet meer.’
(wijst naar zichzelf): ‘Ik, ik kan niet meer.’
(fluistert): ‘Ik.’

– Toon Tellegen

Categorieën
kinderen

Meneer Voet

Meneer Voet gaat nooit op reis, want dan zijn er mensen
die zeggen doe alsof u thuis bent, en dat kan hij niet.
Meneer Voet is nooit thuis. Dat is veel te veel werk.
Zelfs in zijn naam kan hij niet wonen. Meneer Voet zegt
dat hij Hoofd heet. Dat is wel lastig, vooral bij loketten.
Zijn armen noemt hij enkels en zijn handen zijn oren
zijn ogen zijn benen en zijn neus zijn mond.
Als hij bang is, slaat hij zijn oren voor zijn benen,
wat nog een heel gedoe is als je nergens thuis kan zijn.
Help hem, help meneer Voet. Ik ben zijn hoofd.

– Joost Zwagerman