– Pieter Embrechts
Man over woord
– Pieter Embrechts
Recordarás aquella quebrada caprichosa
a donde los aromas palpitantes treparon,
de cuando en cuando un pájaro vestido
con agua y lentitud: traje de invierno.
Recordarás los dones de la tierra:
irascible fragancia, barro de oro,
hierbas del matorral, locas raíces,
sortílegas espinas como espadas.
Recordarás el ramo que trajiste,
ramo de sombra y agua con silencio,
ramo como una piedra con espuma.
Y aquella vez fue como nunca y siempre:
vamos allí donde no espera nada
y hallamos todo lo que está esperando.
– Pablo Neruda
Je herinnert je toch dat grillige ravijn,
waar de trillende aroma’s opklommen,
en van tijd tot tijd een vogel, gekleed
met water en traagheid: zijn winterveren.
Je herinnert je toch de gaven van de aarde:
prikkelbare geur en gouden klei,
grassen van het struikgewas, dolle wortels,
betoverende doornen als zwaarden.
Je herinnert je toch het boeket dat je meebracht,
een boeket van schaduw en water en stilte,
een boeket als een beschuimde steen.
Het was die keer zoals nimmer en altijd:
we gaan naar waar niets aan het wachten is
en ontmoeten al wat te wachten staat.
Omdat het gedichtendag is en omdat ik den Herman graag zie/zag.
Middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je.
Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik,
zei ik, en waar leerde je de kunst
om niet lang te duren? Ook hier, zei je.
Je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
En daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
Een oortje, waarin ik het lange woord
‘lieveling’ uitgoot, zonder morsen
– Herman de Coninck
uit: De lenige liefde
Zeg met een hint
wat ik van je mag denken
Loop jij nog steeds
over die catwalk in m’n hoofd
Je vergeet na zo lang
nog aandacht te schenken
aan wat je denkt, dat je toch al weet
aan wat je weet, omdat je het zelf gelooft
Verlangen jouw atomen
ook zo naar zacht geweld
naar nooit de kust nog veilig
tot je totaal bent uitgeteld
Ze zeggen dat op dromen nooit een vervaldag staat
dus voor een nieuw begin is het nooit te laat
Alles weer nul op onze teller
zo gaat het altijd
want die cijfers draaien zot
en zoek je naar rust
lijkt alles veel sneller
maar dat is maar, hoe je het bekijkt
ontsnappen kan, maar niet aan je eigen lot
Verlangen jouw atomen ook zo naar zacht geweld
naar nooit de kust nog veilig, tot je totaal bent uitgeteld
Ze zeggen dat op dromen nooit een vervaldag staat
dus voor een nieuw begin
Liefde kent geen manieren en slingert elke mens
en alle andere dieren
zodanig over iedere grens
dat elke schele Jezus in Valkenburg bij nacht
plots heilig scherp gaat kijken
en zelfs een beetje om ons lacht
Ze zeggen dat op dromen nooit een vervaldag staat
dus voor een nieuw begin is het nooit…
Verlangen jouw atomen ook zo naar zacht geweld
naar nooit een kus nog veilig tot we totaal zijn uitgeteld
Ze zeggen dat op dromen nooit een vervaldag staat
dus voor een nieuw begin is het nooit,
is het nooit, te laat.

Als de regen traag blijft vallen
en het licht wordt als aan zee,
sluit de ochtend naadloos
op de avond aan. Dat klinkt
als somberheid, maar niet
per se. Je hoeft niet alles
in mineur te zingen. Je doet
de dingen met je beste been
vooruit. Aan donker zit altijd
een kant die glanst zoals
de natte straat. Het heet ook
hondenweer voor iets.
Is het niet grappig dat je
je evenwicht verliest bij het
schudden van je vacht.
Je weet dat oefenen niet
bij het leven hoort. Alles is
altijd voor echt. Je moet
de straat op en verdrinken,
je borstzak brandend van
het kaartje voor een stoel
dicht bij de dirigent. Hij wijst
je met het tillen van zijn
handen op het belang van
het moment.
– Bart Moeyaert
Hij schreef het ter gelegenheid van de opening van de gerenoveerde Vlaamse Opera in Antwerpen. Ik deel het met jullie ter gelegenheid van ons jaarlijks concert Klankkleur te Schelle.
Van alle mensen die
het lachen is vergaan,
loopt een op de drie blind over je heen
en kijkt dan om.
De wereld is juist niet van iedereen,
dat slag.
De overige twee vallen niet op.
Hun armen bungelen halfstok.
Onder hun tong zit gram.
Ze kennen haast geen zinnen
zonder tss.
Zo zuinig zijn ze op hun lucht.
Je staat erin voor je het weet.
Heb ik iets van je aan misschien
is uit hun mond geen vraag.
Een wenk: kijk naast hun kleren.
Wijs naar elkaar, wijs naar
het water met de zon erboven.
Zeg blije dingen als:
wij moeten zeer de moeite zijn,
als zelfs de zee tot hier komt,
weggaat
en zich weer bedenkt.
– Bart Moeyaert
Ik wens iedereen een heel fijn nieuw jaar toe. Dat je omgeven mag worden door de warmte van liefde en geluk. Dat je mensen vindt waarbij je terecht kan en dat jij op jouw beurt een plek mag zijn waar anderen kunnen schuilen. Gelukkig 2012!
Niets is voor u. Niets is voor u bedoeld.
U wordt nochtans gewenkt. Onbekend is
onbemind. Dat is de naam voor alles
wat uw leven lastig maakt. Van jassen
vindt u vast de kraag het mooist. Het is
de heg die u graag hebt. Hij dient niet om
er overheen te kijken. Hij houdt uw adem
dichtbij uw gezicht. Van decemberdassen
heeft u er een paar. Het kan niet gauw genoeg
gaan vriezen. Dan mag u kop in kas het waaigat in.
Waarom zo bang. Het is vergissen wat ons bindt.
Het zijn de fouten die ons op elkaar doen lijken.
Zie: de spons erover. Zand. Als u van koud houdt,
denk aan januari. Dat is wat heet een fris begin.
– Bart Moeyaert
Je hebt iemand nodig,
stil en oprecht,
die als het erop aan komt
voor je bidt of voor je vecht.
Pas als je iemand hebt,
die met je lacht en met je grient,
dan pas kun je zeggen:
‘k heb een vriend.
– Toon Hermans