



And while you are waiting, you are
Morgan Harper Nichols
not just waiting. You are growing
into who you were meant to be.
And maybe some of the things you
thought you wanted were actually
rooted in something deeper that
went beyond what you could see.
And maybe, you will start to see
those deeper, richer things when you
focus more on growing, and less on
worrying, letting everything fall in
place the way it’s supposed to even
if it ends up looking a little
different than you were expecting.

Je praat
nuchter
over de liefde.
Terecht.
Er is al
zoveel
over gepraat
en gezegd,
terwijl de
stilte
staat te
wachten
of er nog
wat van komt.
– Hans Andreus
Uit: Verzamelde gedichten, 1985

Ik wil met u van Noord naar Zuid
schipperen tussen arm en rijk
ik wil in u verstrengeld
in zeven zeeën tegelijk
Ik wil in uw armen vliegen
zinken in bodemloze ogen
op uw lichaam aanspoelen
als hoog water op ’t droge
Ik wil u bezetten, u innemen
mijn vlag planten op uw lip
gij de versterkte vestiging
ik die door uw kieren glip
Ik wil u laten verdwalen
in de plooien van mijn huid
verdwaalde reiziger op mijn lichaam
en ge raakt er nooit meer uit
Ik wil de nacht met u
dagenlang laten doorgaan
ik wil uw hart laten kloppen en
uw wereld even laten stilstaan
Ik wil mijn kleren moeten zoeken
lang nadat ik de hemel bereik
en ik wil in u verstrengeld
in zeven zeeën tegelijk
– Kamie Delbeke
Standing at the crossroads, trying to read the signs
To tell me which way I should go to find the answer,
And all the time I know,
Plant your love and let it grow
Let it grow, let it grow,
Let it blossom, let it flow
In the sun, the rain, the snow,
Love is lovely, let it grow
Looking for a reason to check out of my mind,
Trying hard to get a friend that I can count on,
But there’s nothing left to show,
Plant your love and let it grow
Time is getting shorter and there’s much for you to do
Only ask and you will get what you are needing,
The rest is up to you
Plant your love and let it grow
Let it grow, let it grow,
Let it blossom, let it flow
In the sun, the rain, the snow,
Love is lovely, let it grow
De akeleien komen stilaan piepen, papa. In gedachten zie ik je wijzen en lachen.
Samen kunnen we
lichtjes maken
als het heel erg
donker is
En als het dan te
lichtjes wordt
is met weer donker
ook niks mis
– Lars van der Werf
Uit: Versjes van Lars

Een lift veroorzaakt gêne
die je zwijgen laat als je wilt praten
en praten als je wilt zwijgen.
Een plotselinge omhelzing
of ineens een linkse directe
horen tot de mogelijkheden.
Ook als er niets is gebeurd:
het schokje waarmee hij stilstaat,
komt altijd als een verlossing.
Maar alleen lijkt hij wel een warm bad.
Of je nu omhoog of omlaag gaat,
je moet er veel te snel uit.
– Anton Korteweg
Uit: Ouderen zijn het gelukkigst. 2009.

Wilt u nu afronden?
u overschrijdt uw tijd
ja, alleen nog even dit
heel kort dan
hoe ze die avond bij me kwam
in die andere stad waar ik doelloos leefde
hoe ze er alles voor over had
om bij me te komen die avond
die donkerblauwe avond
zachte regen in het gouden lamplicht
op het macadam van de straat
hoe we samen lagen
en liefde dat grote woord
waar ik geen ander voor vinden kan
in tijdloosheid ons omhelsde
sindsdien in tiktakkende onrust
verliet ik haar vaak
maar
en dat wou ik nog even zeggen
weggaan deed ik nooit meer bij haar
u heeft uw punt gemaakt
– Remco Campert
Uit: Een oud geluid. 2011.

Ik ga nu slapen met mijn verdriet.
Zelf slaapt het al. Het voelt mij niet.
Jaagt het zich op van droom naar droom,
zo bang als ik voor dwalende vragen?
Ik weet het niet. Ik lig en kijk
het zwart in. Ik ben ver van het lijf
dat naast me ademt. Ik gebied
mijn hersens, tevergeefs, te doven.
Zij spinnen een eentonig lied,
verjagen slaap maar niet verdriet,
dat in zijn droom mijn slaap verbiedt.
En als het ontwaakt? Vlucht ik dan? Sla ik?
Omhels ik het? Het lichaam naast me
beweegt. Het kreunt. Ik ken het niet.
– Geert Van Istendael
(Voor D)
er liepen twee vrouwen in een straat
ze vonden elkaars schoenen lelijk
dat is het enige
dat ooit tussen hen is gebeurd
ze kruisten elkaar
keken naar elkaars schoenen
vonden die lelijk
– Maud Vanhauwaert
Uit: Ik ben mogelijk
Vierentwintig uur per dag
denkt iets aan jou in mij
en vandaag dacht het aan
die ene lach van toen ik
iets liefs tegen je zei
– Lars van der Werf
Uit: Versjes van Lars
we liepen nog even de tuin in
we wilden dassen zien, glimwormen
we wilden uilen horen, zeggen
waar het op aankwam
maar de wind ging tekeer
in de dennen als een trein
die voorbijreed en wij voelden ons
achtergelaten op een perron
kijk zei je nog hoe de zon opschuift
maar het was schaduw
daarna vouwden we de stoelen dicht
we raapten schoenen uit het gras
en deden lichten aan
– Miriam Van hee
Uit: Achter de bergen, 1996
De migraine sloeg weer toe toen
we de tent opbraken en ik moest ook
braken en mocht vast van mijn vader
op de achterbank van de auto gaan
liggen om tot mijzelf te komen
en opeens was alles weg en zo
ongeveer bij Alkmaar voelde ik
me weer OK en mijn zus vroeg of
ik weer snel wilde zitten gaan,
want iedereen dacht nu dat
ze ‘enigst’ kind was en dat was ze
niet en wilde ze ook niet zijn, totdat ze
jaren later aan mij vroeg of ik geen
migraine had, waardoor ik zou moeten
liggen gaan, zodat ze dan niet dachten
dat we misschien een stelletje waren.
– Mas Papo
Inzending poëziewedstrijd

In de stad veranderen de andere mij
in Marokkaan. Ik zie ze denken.
Maar wat is denken? Dacht afgelopen nacht
dat ik een puzzel aan het leggen was;
het bleek een afbeelding van mezelf in staat
van ontbinding; ik herkende mezelf aan mijn
zwarte gympen.
Op de radio hoorde ik
(een paar jaar geleden) een bioloog zeggen:
de natuur is door de warme
winter van streek, overal in de stad
denken planten dat het lente is.
Het helpt een baby in de armen te leggen
van een dement mens – baby of huisdier,
wetenschappelijk onderzoek heeft het aangetoond,
als ik me niet vergis.
Ik ken bijna niemand
uit de straat waarin ik tien jaar woon.
De bovenbuurvrouw
zonnebaadt in het zolderraam. We drinken een kop thee.
Plotseling zegt ze: de stad weerkaatst in de autoramen
als een rommelige boekenkast.
– Mustafa Stitou
Uit: Het Parool, 7 april 2009.
