Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
-Bernard Dewulf
Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.
Uw land is zo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis—dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.
Maar als het waar is dat door grote dromen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedre nacht.
– J. Slauerhoff
Uit: Serenade III
sino así de este modo en que no soy ni eres,
Recordarás aquella quebrada caprichosa
a donde los aromas palpitantes treparon,
de cuando en cuando un pájaro vestido
con agua y lentitud: traje de invierno.
Recordarás los dones de la tierra:
irascible fragancia, barro de oro,
hierbas del matorral, locas raíces,
sortílegas espinas como espadas.
Recordarás el ramo que trajiste,
ramo de sombra y agua con silencio,
ramo como una piedra con espuma.
Y aquella vez fue como nunca y siempre:
vamos allí donde no espera nada
y hallamos todo lo que está esperando.
– Pablo Neruda
Je herinnert je toch dat grillige ravijn,
waar de trillende aroma’s opklommen,
en van tijd tot tijd een vogel, gekleed
met water en traagheid: zijn winterveren.
Je herinnert je toch de gaven van de aarde:
prikkelbare geur en gouden klei,
grassen van het struikgewas, dolle wortels,
betoverende doornen als zwaarden.
Je herinnert je toch het boeket dat je meebracht,
een boeket van schaduw en water en stilte,
een boeket als een beschuimde steen.
Het was die keer zoals nimmer en altijd:
we gaan naar waar niets aan het wachten is
en ontmoeten al wat te wachten staat.