“Stephen Hawking zei ooit dat werk zin en een doel aan ons bestaan geeft. Dat klopt. In mijn geval is dat: veel zin in vakantie; niet hoeven te werken als doel. Daar ben ik nu van aan het genieten! Jammer genoeg sta ik tot uw beschikking vanaf xx/xx. Voor dringende vragen, gelieve contact op te nemen met mijn collega xx.”
“Er is een onderwaterhotel voor hooggeplaatste gasten ergens – niet hier. Er is een vleesetende plant in de tuin van een visser ergens – niet hier. Er is een kabelbaan boven huizen die naar soep ruiken ergens – niet hier. Er is een vogelbekdier zonder identiteitsvragen ergens – niet hier. Er is een miljoenenstad waar ze wespenkoekjes eten ergens – niet hier.
Ik dacht dat je wat zei – jij hoort bij mij was mooi geweest – en buig me naar je toe, maar hoe ik me ook hou, in jouw geval noem ik het horten van je adem de ballade van als dan: ik ken er onderhand de stilte van – het is haast dodelijk hoe jij naar woorden zoekt als je wilt zeggen: dichterbij.
“Wellicht vindt u dit vervelend. Dringend was uw vraag. U had graag aanstonds antwoord gehad. Een stand van zaken, een neen, een ja, een verslag, asjeblieft iets waarmee u verder kan. Hier is haast bij, althans, dat was het, en dat is het haast altijd, nietwaar?
Helaas, vandaag kan het niet anders, vandaag móet u wachten. U kan het haast niet geloven. En toch: ik kom over drie weken bij u terug. Ja, over drie weken pas. En ja, ook als het dringend is.”
Eén aantekening in zijn notitieboekje luidde, vanzelfsprekend: ‘Het is beter om te hebben liefgehad en verloren, dan om helemaal nooit te hebben liefgehad.’ Dat had er een paar jaar in gestaan; toen had hij het doorgestreept. Daarna had hij het er weer in gezet, toen weer doorgestreept. Nu had hij beide aantekeningen naast elkaar staan, de een leesbaar en waar, de ander doorgestreept en niet waar.
Deels vluchtig neergelaten scheef halfopen glurend tussen repen licht, dan een trap ergens naar boven, naar nergens terecht, dan weer desondanks iets plotsklaps een takkig gerucht, een spat die een plons zich herinnert
morsig precies lekt het onvoorziene uit een verdieping in het bedachte hoger
– Roland Joris
Zoals vandaag gespot op een muur aan De Muur, Geraardsbergen.
Je trace des chemins qui n’attendent que toi À toi l’enfant qui vient, je précède tes pas Je murmure ton nom dans le souffle de ma voix Je t’offrirai le monde, toi que je ne connais pas Je t’ouvre grand mon cœur comme on ouvre ses mains Je t’espère des bonheurs aussi grands que les miens
Demain c’est toi
J’apprends les alphabets de chacun de tes gestes Je te chante mes rêves d’espaces et de Far West Je veux pour toi l’amour, le rare et le précieux Toute la beauté du monde à portée de tes yeux Les poings chauffés à blanc, je forge pour demain Tes bonheurs que je souhaite aussi grands que les miens
Demain c’est toi
Je te donne les clés qui ouvrent tous les coffres Je pulvérise les murs des prisons que l’on t’offre Je cours à l’infini pour ne pas te laisser Tout c’que je n’t’ai pas dit c’est parce que tu le sais C’est parce que tu le sais À toi l’enfant qui vient comme un petit matin Je t’espère des bonheurs aussi grands que les miens
“The only people for me are the mad ones, the ones who are mad to live, mad to talk, mad to be saved, desirous of everything at the same time, the ones who never yawn or say commonplace things, but burn, burn like fabulous yellow Roman candles exploding like spiders across the stars.”
Do you think there is the possibility of you and I? In this lifetime, is that too much to hope for? There is something so delicate about this time, so fragile. And if nothing ever comes of it, at least I have known this feeling, this wonderful sense of optimism. It is something I can always keep close to me – to draw from in my darkest hour like a ray of unspent sunshine. No matter what happens next, I will always be glad to know there is someone like you in the world.
Op de begraafplaats der verloren dingen vond ik onlangs mijn autosleutels, een krant, en jou verscholen achter de vorige dag en mijn eerste kus in je handen een gebroken kam
waardoor ik het niet meer droog hield alsof droogte goed is hoorde ik je zeggen maar ik wilde zo graag een woestijn zijn dat mijn vensterbank vol stond met cactussen
naast je zag ik ijsschotsen groeien je zuchtte: die zijn we ook al kwijt en achter je verschenen vlinders en planten zo mooi dat ik vergat waar we waren
jij keek mij aan en daarin zag ik haar en die dag waarin we haar verloren
“Nee, ik ben er niet. Ik lees je niet. Ik hoef je ook niet te lezen, want ik weet al wat je te melden hebt, of beter gezegd, ik weet al hoe dit verder zal verlopen. Als ik over twee weken hier weer zit, in dezelfde kamer, uitkijkend op dezelfde parkeerplaats, dan zal ik je lezen. Dat wil zeggen, als het me lukt om je bericht tenminste tot aan de helft te lezen. Meestal dwalen mijn gedachten voor die tijd al af naar prettiger oorden die me even doen vergeten dat ik je ook nog antwoord moet geven. Ik probeer maar gewoon eerlijk te zijn. Vat dit niet persoonlijk op. Of doe het wel, de maan zal de getijden toch wel aansturen en naamloze vliegen zullen toch wel in dat raadselachtige patroon van onzinnige vierkantjes onder de lamp naar iets blijven zoeken. Ik ben ook zo’n vlieg. En jij ook. Waarschijnlijk wil je iets vragen. Waarschijnlijk geef ik dan antwoord. En hoe ik het ook probeer te vermijden, dat antwoord genereert altijd weer nieuwe vragen. En zo vliegen we onze vierkantjes. Klink ik te pompeus? Die neiging heb ik soms een beetje als ik niet weet wie ik tegenover me heb. En straks, als ik je lees, weet ik nog steeds niet wie je bent. Wie je echt bent. Ik ben er niet, nee, maar weet je, jij bent er eigenlijk ook niet. Niemand is er. Ik hoop oprecht dat ik je bij deze heb afgebracht van het plan om hier ooit nog op terug te komen. Het bespaart ons beide zoveel vruchteloze vierkantjes. Wees niet boos, het heeft geen zin, je zou boos zijn op iets wat niet bestaat.
Paasvakantie! De gelukkigen onder ons kunnen dan hun skilatten aantrekken en de iets minder gelukkigen proberen hun kinderen ervan te weerhouden het huis af te breken.
Tijd dus om die out-of-office in te stellen! En laat mij nu net een grote voorstander zijn van originele en leuke exemplaren. Ik zet je met onderstaande suggesties al een beetje op weg en deel in aanloop naar de zomervakantie geregeld nog wat exemplaren binnen de nieuwe categorie. Dat het jou ook wat inspiratie moge geven. Maar hé… Maak er vooral je eigen ding van!
1. Sorry! Je dacht vast, wow die reageert snel! Maar nee, het is mijn out-of-office. Ik ben niet beschikbaar tot XX/XX. Na deze datum zal ik reageren op je bericht. Met vriendelijke groet.
2. Je ontvangt dit bericht omdat ik er niet ben. Je hebt geluk. Als ik er wel was, kreeg je misschien zelfs geen mail terug!
3. Ik ben aan het nadenken over wat je mij zojuist hebt gestuurd. Wacht alsjeblieft bij je computer voor mijn reactie terug.
4. Op dit moment ben ik niet aanwezig. Indien je bericht dringend is kun je Twitter gebruiken om mij te bereiken. Gelieve hierbij de volgende hashtag te gebruiken: #jestoortmijtijdensmijnvakantie.
5. Misschien ben ik er morgen weer, misschien ook niet. Ik doe lekker waar ik zelf zin in heb, want ik heb vakantie.
6. Ik ben op vakantie van 10/07/2018 tot 26/07/2018. Iedereen mag mij één e-mail sturen. Als je er meer stuurt, zal ik willekeurig al je e-mails verwijderen tot er maar één overblijft. Kies dus nauwkeurig welke je stuurt. Pas op, dit was je eerste mail.
7. Ik ben niet op kantoor van 10/07/2018 tot 26/07/2018 en heb ook geen toegang tot mijn e-mails. Als dit een noodgeval is, bel dan 112.
8. Op dit moment ben ik niet aanwezig. Helaas voor mij, ben ik morgen alweer terug.
9. Ik ben er niet. Indien je dringende vragen hebt: mail dan naar mijn baas. Indien je vragen helemaal niet zo dringend zijn, vraag je dan eens af waarom je mailt.
10. Op dit moment ben ik aan het solliciteren. Als ik niet word aangenomen zal ik je bericht beantwoorden.